Leeftijdgenoot Ben Watson heeft een boek over Frank Zappa geschreven, en wat voor een boek: 597 pagina's en 1 foto. Bizar - om in stijl te blijven - is nog de meest toepasselijke benaming. Ik dacht dat ik na 26 jaar Zappa luisteren, volgen, lezen en bestuderen wel iets van zijn ideeŽn snapte, maar na het (bijna uit)lezen van dit boek blijkt dus nu dat ik er in al die jaren weinig van opgestoken heb. Zappa's wereld is - volgens Watson - nog complexer, waanzinniger, exorbitanter dan ik in mijn wildste fantasieŽn bedacht zou kunnen hebben.
Negatieve dialectiek ("een spitsvondige rede en/of bewijsvoering") bekijkt artistieke uitingen als een inhoudelijke, historische, verzamelde neerslag. In plaats van het reduceren van artistieke uitingen tot losstaande abstracte ideŽen zoekt negatieve dialectiek het geheel van hun herkomst.
Bovenstaande zinnen geven de rode draad van Watson's boek aan en zijn vooral een (door mij vertaald) typisch voorbeeld van het taalgebruik. TNDOPP (de afkorting van de boektitel) is voor Zappanaten die ťcht alles willen weten (en geloven) over het ontstaan van Zappa's werk, de 'betekenis' van z'n songteksten, de herkomst van zijn muziek, politieke en andere meningen en vooral alle verbanden uit FZ's Conceptual Continuity. In die zin zou deze recensie kort kunnen zijn: TNDOPP maakt alle andere Zappa-boeken overbodig. Maar...
TNDOPP's ruggegraat wordt gevormd door de chronologische volgorde van Zappa's cd/lp oeuvre, dat meestal zelfs per track behandeld wordt en in die zin soms meer op een uitgebreide discografie lijkt met alle opsommingen vandien. Echter worden vanuit die opsommingen allerlei boeiende uitstapjes gemaakt naar toekomstige of eerdere releases en/of wordt verwezen naar aanverwante zaken die op de besproken plek relevant zijn. Dat laatste kan betrekking hebben op de hoezen, maar ook op filosofische theorieŽn van Marx, Freud, Adorno, Benjamin; het boek Finnegans Wake van James Joyce, of boeken van SF-schrijver Philip K. Dick of alle bekende boeken en tijdschriften over Zappa, waar veelvuldig uit geciteerd wordt, net als uit het Zappablad Society Pages. Naar al deze zaken wordt in voetnoten netjes verwezen. In die zin is deze foliant de prima optelsom der individuele delen en dus ook geheel opgezet volgens de negatieve dialectiek. Die Watson!
Niet elke track krijgt een boeiende beschrijving, soms blijft het bij het noemen van een subjectieve beschrijving over de 'mooi-heid' ervan, soms wordt er een track vergeten (My Guitar Wants To Kill Your Mama van Weasels) en soms zijn er beschrijvingen waar je van denkt '?'. Het zwaartepunt van FZ's oeuvre ligt volgens Watson bij de periode na The Grand Wazoo; juist ja, bij al dat gedoe met poedels (daarom ook de titel van het boek) op Overnite Sensation, Apostrophe, Roxy en One Size. Een serie die voor de meeste Zappanaten (ik ben geloof ik een van de uitzonderingen op die regel) nog steeds de aantrekkelijkste is, gezien de resultaten uit voornamelijk Engels/Amerikaanse polls en soms zelfs de Nederlandse Black Page, alhoewel ik geloof dat de Nederlandse Zappanaten toch wat anders (nuchterder?) tegen allerlei Watsonse elementen aankijken.
Vaak maakt Watson zo'n verbluffende uitstapjes en koppelt daar zo'n verbazingwekkende conclusies aan, dat je gaat denken dat er wel iets van waarheid in moet zitten. Aan de andere kant denk ik, zeker na het lezen van dŪt boek: als je maar (ver) genoeg zoekt vind je altijd wel iets.
Tot nu toe, ik heb het boek nog niet helemaal uit, vind ik het letterlijk een fantastisch en ook intrigerend boek. Door het taalgebruik en alle kikkersprongen leest het, vooral na een warme, lange en meestal drukke werkdag, niet altijd even vlot weg, maar het is zeker een van de meest boeiende boeken ooit over Zappa en zijn werk geschreven. Ik kom er zeker op terug, dan met een meer gedetailleerde beschrijving.
Het merkwaardigste tot nu wil ik jullie niet onthouden: Watson stelt aan het begin dat Zappa's muziek en dus ook zijn ideeŽn bedoeld zijn voor 'the man in the street' (Jan Modaal met z'n pet) en schrijft vervolgens een boek waar je toch wel een hogere, zo niet academische opleiding voor nodig hebt, wil je Šlles begrijpen wat hij schrijft en dan ga ik er maar van uit dat de lezer een meer dan gemiddelde belangstelling en kennis heeft van Zappa's werk. Overigens moet je met zo'n naam, als je al een boek gaat schijven, natuurlijk wel een boek als dit schrijven. Want had Sherlock Holmes ook niet een hulpje genaamd Watson, die eigenlijk alles uitzocht en alle problemen oploste...en had Sherlock Holmes niet ook een poedel als huisdier? Zo zie je maar, met een beetje speurwerk heb je zo een aantal conceptual-continuity-clues erbij. Wat een werk moet die Watson gehad hebben.

DEEL 2: WAS FRANK ZAPPA EEN KOSMONAUT?
Ha, ik heb Ben Watson's lijvige poedel-boek uit. De vraag die me sindsdien het meest bezighoudt is: "Was Frank Zappa een kosmonaut?" Als Watson dťze vraag in zijn boek beantwoord had, was het een perfect boek geweest. Nu blijf ik maar met die vraag zitten en zal ik hem zelf moeten beantwoorden.
Waarom deze vraag zullen sommigen van jullie je wellicht afvragen. Welnu, ga naar de bibliotheek, leen ťn lees het boek 'Waren de Goden Kosmonauten', geschreven door Erich von Dšniken en lees vervolgens Watson's TNDOPP. En, heb ik gelijk of niet?
Voor degenen die Von Kršzikens (met dank aan Martin Lodewijk) boek niet kunnen vinden, hier een korte uitleg. In het boek van de goden als kosmonaut 'bewijst' de auteur aan de hand van allerlei zaken als beeldjes, natuurverschijnselen, geschreven teksten en elementen uit religies dat sommige goden ruimtewezens moeten zijn geweest ťn hij doet dat met veel verve en stelligheid. De vergelijking met Watson's boek ligt nu voor de hand. Watson draagt de ene fantastische stelling na de andere aan en staaft dit met bewijzen, waar je, als je niet heel erg alert blijft, letterlijk instinkt door de stelligheid waarmee ze geschreven zijn. Ik moet bekennen dat hoe verder ik in het boek kwam, hoe minder serieus ik Watson's epistel begon te nemen, wat wellicht ook de juiste grondhouding is voor het lezen ervan; niet voor niets heeft Zappa er zelf hartelijk om gelachen.
Minder lacherig is dat hoe verder je in het boek komt, hoe belerender en beknopter het wordt, in die zin dat de korte opsommingen van bv. alle tracks meer en meer de overhand krijgen. Een en andere wordt weliswaar gevoed door de YCDTOSA-serie, maar toch; ik had en heb het idee dat de laatste jaren Zappa's hoogtepunt-jaren waren: de Broadway-cd's, de Yellow Shark en als absolute bekroning Civilisation Phase III; een nieuwe dimensie in (Zappa)-geluid. Watson maakt wat dat betreft dezelfde 'fout' als vele andere FZ-auteurs door veel aandacht te schenken aan de beginfase en de slotfase, toch al gauw de laatse 10-15 jaar, wat af te raffelen. Het gebrek aan humor bewijst hij nog eens door geen aandacht te schenken aan de cd Does Humor Belong in Music; een reguliere uitgave, die hij tegenstrijdig genoeg wel opneemt in de discografie, maar er bij de track-beschrijvingen met geen woord over rapt. En dat is des te merkwaardiger omdat er zowel nieuwe tracks opstonden als aardige conceptuele continuity-clues.
Een ander nadeel van het boek is dat Watson zich, naar mijn mening, sterk richt op de tekstuele kant van Zappa, wat wellicht verklaard kan worden door zijn taalachtergrond, en weinig zinnigs, behalve wat subjectieve bewoordingen, heeft toe te voegen over de instrumentale kant. Ik meen, in deze zin, ook te mogen concluderen dat Watson's belangrijkste inspiratiebron bij de rockmuziek ligt en niet bij contemporaine klassiek. Meestal blijven open-deuren-opmerkingen in die richting steken bij de conclusie dat stukken 'iets' hebben van Varese, Webern of Nancarrow. Nou dat wist de gemiddelde Zappanaat natuurlijk nog niet...
Is het dan eigenlijk wel een goed boek? Ja, toch wel. Al was het maar, omdat Watson meer dan wie ook verbanden in Zappa's werk aanbrengt en door zijn gedurfde stellingen je opnieuw aanzet tot denken en wellicht tot nieuwe invalshoeken en bovendien komt met actuele informatie of ideŽen van derden, ex-muzikanten bv. In die zin is dit een goed en zelfs leuk boek. En met het taalgebruik, om daar nog even op terug te komen, valt het best mee; het begin is pittig, maar hoe verder je in het boek komt, hoe 'gewoner' het wordt ťn het is nu ook weer wat koeler buiten!
Na mijn vertwijfeling kon ik, toen ik het boek eenmaal uit had, opgelucht concluderen dat ik toch veel meer wist dan ik dacht dan toen ik halverwege het boek was. Immers, als je alle Watsonse fratsen weglaat hou je gewoon een goede mix van alle bestaande boeken over en dat is voor mij natuurlijke dagelijkse (rauw)kost.
Jammer eigenlijk dat ik Watson mijn vraag niet kan voorleggen, ik zou genoeg materiaal ervoor kunnen aandragen, bv. de raket uit Studio Z, het gebruik van Space-helmet's bij Captain Glasspack, de song over UFO's (Inca Roads), de tekst van The Radio is Broken ('The cosmos at large....'), de cover van One Size Fits All, de stofzuiger als zelfstandig robot-wezen, de ruimtehelm op de cover van Burnt Weenie Sandwich en zo'n gasmasker-tik komt ook niet alleen door het feit dat zo'n ding in huis ligt. Sporen zijn er te over, draai zijn cd's maar eens achterstevoren... Oh, nee, ik krijg ook al Watsonse neigingen, gauw maar weer eens een eenvoudig boek lezen, over Metafysica in relatie tot de Analytiek en de Deductie van de CategorieŽn, of zo.
p.s. suxes met het lezen, wie het boek helemaal uitleest mag zich, wat mij betreft, met terechte trots vertonen in de poedel-prijs: the one-and-only, unique, aluminiumfoil-coated TNDOPP-spacehelmet.
Paul Lemmens - 1990 / 2002 / 2018 © pics B. Watson