Howard Kaplan veranderde zijn naam in Howard Kaylan. In zijn in heel veel drugs en seks gewortelde boek verhaalt hij over zijn jeugd, het begin van zijn carrière, het succes als Turtle en idem met The Mothers en Zappa.
Zoals zoveel boeken van musici is het overal ‘ons kent ons en iedereen’, dus de hoeveelheid namen van bekende en minder bekende musici buitelen van de pagina’s af. Al lezende kreeg ik een wat minder positieve mening over Kaylan, wat een vreemde snuiter eigenlijk. Zingen is zijn lust en leven, als dat tenminste kan, want soms zijn de drugs zo rijkelijk gebruikt dat dat er ook niet meer van kwam. Het boek leest gemakkelijk tot hij bij Zappa weg is, daarna wordt het een beetje saai en een sleurverhaal. Dat hij toe is aan zijn vijfde vrouw, zijn kinderen, de drugs de meiden die overal klaar staan en voordat ik het vergeet de drugs natuurlijk. De verhalen zijn her en der enigszins getroebleerd, he geheugen blijkt niet zo vast als gedacht, maar dat geldt voor ons allen. Kaylan klapt hier en daar uit de school, onder andere over alle dames in het Zappa-kielzog en dat soort triviale zaken. Het voegt weinig extra’s toe aan de mythe die we al kennen. Hij waardeert Zappa hogelijk, maar schroomt ook niet om hem zo nu en dan te bevuilen. Wel treurt hij enorm als Zappa overlijdt en roept desgewenst dat hij in Zappa een echte vader zag die er nu niet meer is. Maar ja, als er iemand was van orde, reinheid en regelmaat dan was het Zappa wel en sommige mensen hebben dat nodig om zich wel te bevinden. Kaylan was daar ook ongetwijfeld een van, anders had hij zich niet zo in nevelen gehuld.
Ook dit boek met 277 pagina’s is tot pagina 177 aardig om te lezen, daarna begint het wat te vervelen merkte ik. In de beperking herkent met de meester, helaas schoot handlanger Jeff Tamarkin daarin tekort. Voor wie van schildpadden en de vroege moeders houdt.
Leuk omslag trouwens.
Paul Lemmens - 2014 / 2018 © pics H. Kaylan