ROXY BY PROXY

Another shocking end of summer surprise! Officially, here it comes: the prequel to yer ackshul movie. That's right, ROXY BY PROXY on CD conjuring The Roxy Performances (at a theatre near you).

At long last, LOVE. Presenting 75' 49" of musical mayhem and a voluminous booklet jacked with liner notes (no trivia here) by the redoubtable Ms Ruth Underwood. Jack your literary quotient (LQ)! AND marvel at her mallet-worthiness! Yours to swoon and revel in, at, or whatever preposition you need for this proposition.

Memory Lane: Zappa & Mothers speelden drie dagen, 8-9-10 december 1973 in het Roxy Theatre, Los Angeles, met de bedoeling een film te maken. Dat ging niet helemaal goed en er zijn geruchten dat er een vierde dag aangeplakt is. Wonderlijk genoeg is ook niet helemaal zeker wat de band gespeeld heeft; een deel was mét publiek, maar ook een deel - vanwege de film - zonder. We kennen allemaal de geduchte lp/cd Roxy, met een stukje Elsewhere en we weten ook dat er op sommige offciële Zappa cd's andere stukken van deze dagen zijn beland. Maar, zoals gewoonlijk weten we niks zeker.
Het verhaal van Roxy by Proxy is er een vol onverwachte wendingen. Er was ooit een mededeling op het net dat wij, de fans, voor duizend dollar de rechten konden kopen om het schijfje zelf te distribueren en om er zo ook nog iets aan over te houden. De feitelijke insteek was een soort prefinanciering van het project. Dat mislukte, misschien niet eens door vertrouwen, maar niet iedere fan (het bleken er 28) heeft zo duizend dollar ter beschikking. Daarna was het erg lang stil, totdat er vorig jaar een bericht op de Zappa-site kwam dat de cd ‘gewoon’ eind september 2013 uitgebracht zou worden. Daarna werd het weer stil en zagen we de datum wekelijks verschuiven. Dat is trouwens niet ongebruikelijk in de muziekbizz. Tussendoor werd ons een gecamoufleerd plaatje toegeworpen en waren we even druk daarmee. Nu, eind maart 2014, is de Roxy by Proxy (RbP) cd dan eindelijk echt verschenen en kreeg die nummer 99 mee. Die nummering klopt niet helemaal, of helemaal niet, maar dat is een ander verhaal. Trouwens, wat krijgt dan nummer honderd? Toch een bijzonder gebeuren lijkt me. Tellen de dvd’s nu plotseling mee, dan is de kans dat 'die van hiernaast (de DVD)' het wordt, maar het liefst zag ik een nieuw project/object op die plek; Uncle Meat is genoemd en zou terecht die eervolle plek verdienen. Back to business. Bij eerste blik in het boekje verbaasde ik mij over de geringe hoeveelheid foto’s. Kijk eens naar de binnenzijde van Roxy & Elsewhere (R&E)? Zat foto’s, maar in het huidige boekje is in de kleine lettertjes te lezen: ‘they are MIA’. MIA betekent ‘missing in action’. De oplettende lezer weet meteen waar het hier over gaat: ze zijn gewoon kwijt! Zoek gemaakt door de post; iets dat hier te lande ook steeds vaker voorkomt. Amerika is tenslotte nog steeds hét grote voorbeeld, al wil Obama daar nu vanaf. Jammer van die foto’s, dan maar iets erin geplet wat het begin lijkt te gaan worden van een groepsfoto. Eerst FZ, dan Ruth, dan Bruce en dan is het op. Wat er ook niet in staat is wat er nu op de cd staat. Ik bedoel van welke van de drie of vier avonden zijn deze liedjes nu? En zijn ze van één avond of van meerdere? Bij elke nieuwe release wordt één vraag beantwoord, maar ontstaan er meteen tien nieuwe... Wat er gelukkig wel in zit is een dicht beschreven boekwerkje met de uitleg van Ruth Underwood. Ze haalt herinneringen op aan de tijd in Roxy en nog wel meer ook en blijkt vol lof over de medebendeleden. Haar openingstekst is meteen een echte binnenkomer: “I didn’t like the cd (deze dus) very much and honestly didn’t think it was up to FZ’s standards.” Ze legt nog uit waarom en daar zitten we dan. De cd schalt door de kamer en eigenlijk is het dus niet op niveau... Ze heeft wel een punt, wel twee overigens; Zappa vertelt dat tijdens het concert aan de argeloze luisteraar. Roxy & Elsewhere is niet voor niets zo gemaakt; ook toen had Mr. Z. de beschikking over deze liedjes, maar koos daar niet voor. R&E is fenomenaal, vier kanten lang (toen) en 1 cd lang (nu). Maar als je het boekje goed leest, en dat kunnen we gelukkig nog steeds (al haalt de tijdgeest ons meer en meer in), lezen we dat hij toenmalig topkok met mixer - Bob Stone - aan het werk zette met het restafval; in 1987! Misschien destijds al met het vage plan dat alsnog toch uit te brengen? We kunnen het niet meer vragen, maar die mix is hier nu gebruikt. Weliswaar opgepoetst in 2011(!) met audio mekaniek, maar ook dat is een geest van de tijd. De mixer werkte soms niet heel goed, solo’s verdwijnen in het groepsgeweld en het geluid is weliswaar helder, maar heeft niet de diepte van R&E. Ik vraag mij af wat Bernie Grundman hiermee gedaan zou hebben. Verder leren we van Ruth dat sommige liedjes nog prematuur zijn, dat Ralph de drummer is van de moeilijkere maatsoorten, dat Tom een geweldige bassist is (dát had ik ook al eens opgeworpen), dat Napoleon en Chester net nieuw waren (drie maanden), dat Napoleon soms nog wat fouten in de tekst maakte, dat Chester vooral als ritmebox gebruikt werd, dat ze Bruce eigenlijk nooit hoorde tijdens de concerten, dat George geweldig was, dat Frank geweldig was, dat zij zelf kritisch was en af en toe haar partijen maar makkelijk hield om niet over de kabels en tape te hoeven struikelen en voorts dat Ralph heel goed was in gym, omdat hij tijdens een passage onder de marimba moest doorduiken om in de percussiesectie te komen om een partijtje mee te slaan en via de zelfde weg – op tijd! – moest terugkeren op zijn drumstoel. Mijn waardering voor heer Humphrey steeg met deze uitleg tot een hoogtepunt! En ik snapte ook meteen waarom Chester naar Genesis vertrok, maar ook dat is al een ander verhaal. Audiotime folks! Zappa begint met een komisch wiebelende preambule, tevens een mini-sound-check leren we, en vertelt op verzoek waar Ian uithangt, maar dat slechts na wat hulp, want hij weet het niet echt.  Toots, ik bedoel, George opent met een duidelijk bezopen jazzy Inca Roads in slow motion, maar kan zijn lachen bijna niet inhouden. Na een kleine muzikale brug van Ruth bedankt George haar “Thank you Honey!” Ruth raakt daarvan zo opgewonden dat haar tepels rechtop gaan staan. Dat ontgaat de Kapelmeister met zijn scherpe ogen ook niet en natuurlijk wil hij daar iedereen van op de hoogte stellen. De stap van tepels naar pervers en een vastgebonden pinguïnvrouw is niet heel groot. Vergeleken met de Pinguïn van R&E is deze zeker een uit de dierentuin, in ieder geval een stuk tammer. T’Mershi Duween behoort inmiddels tot Finse bongo-folklore en wordt snel en strak gespeeld met veel percussie. Dat geldt voor de hele RbP overigens, iets dat Ruth toch maar mooi voor elkaar kreeg. De latere percussiestoelhouder, Ed Mann, was meer van de versieringen aan de zijkant. Het zullen haar Mammalian Protruberances wel geweest zijn. Back to the Sixties met wat nostalgische liedjes: Uncle Meat en Dog Breath. Van Ruth steken we op dat Dog Breath een stuk gecompliceerder is om te spelen. Allebei prachtig en zonder veel flauwekul en uitweidingen gespeeld. RDNZL is prachtig, altijd al. Wat opvalt is dat er weinig gitaarsolo’s zijn. Als ze er zijn, zijn ze kort en nauwelijks ‘vlammend’. Denk dan eens aan die op R&E, die zetten zelfs de duivel in brand! George Duke neemt vooral de meeste soloruimte in. Was dat omdat dit misschien de eerste avond was en alles nog uitgezocht en opgezet moest worden? Was heer Z. drukker met geregel en had hij daarom (nog) geen tijd voor zijn gitaar? Wie het weet mag het zeggen. Village of the Sun is Zappa’s verkapte love-song, ditmaal opgedragen aan John en Nellie Wilson (Willy Nelson? – maar wie zijn dit eigenlijk?) Maar hij had er eigenlijk veel meer, want Zappa was diep in zijn hart een liefhebber van (doo-wop) liefdesliedjes weten we. Echidna’s gecompliceerde wasserij wordt uitstekend gespeeld, maar komt een beetje over als een exercitie en niet zoals de veel spontanere versie van R&E. Het leidt hier wel tot de meest bijzondere track: Cheepnis – Percussie; alleen de percussie dus; basics only. Luid gejuich van het publiek aan het eind, maar dan legt de baas uit ‘You’ve all been fooled’. Hoezo? Voor de gek gehouden? Vreemd soort humor dan. Het was prachtig; de 'extra saus bij?' had al niet meer gehoeven en voegt ook niets toe aan de versie van R&E! Het Paradijs van Dupree - het langste nummer - opent haar poorten zodat iedereen even kan soleren. De Duke begint en speelt het halve nummer solistisch. Napoleon – die nog veel op de achtergrond is vandaag – laat horen dat hij zijn Roland Kirk kent. Dan volgt er iets vreselijks, Adam en Eva spreken er op hun paradijselijk eiland in hun blootje nog schande van: een bassolo! Niet iedereen heet Jaco Pastorius immers, die kon een echte bassolo geven, por dios, daar kreeg je pas rillingen van of het zweet brak je uit. Helaas grijpt Fowler naar een complex lijkend riedeltje uit een ander liedje (dat van de minitandenzijdedraad) en gooit daarmee zijn eigen ranch-glazen in. Zappa speelt als goedmakertje zijn eerste wat langere gitaarsolo, maar die komt nog niet echt van de grond ondanks driftig trappen op het wahwah-pedaal. Leuk voor op een kantje 4? Maar dan moet ik meteen opmerken dat de BeBop Tango heel wat meer losmaakt. De toegift en tevens afsluiter is een medley van King Kong, Chunga’s Revenge en Mr. Green Genes. Prachtig! Let it flow! Ruth moet opschieten om achter haar set te geraken, maar dan bereiken we wel het absolute hoogtepunt van deze cd. De vaart gaat erin en meteen begrijp ik wat R&E zo sterk maakte en deze minder: dit (RbP) lijkt allemaal nog een oefening voor het echte werk, bij de toegift zit het erop, gaat de band eindelijk helemaal los en dat merk je, dat voel je, dit vibreert, trilt en bezorgde mij ook opstaande tepels van opwinding. Blijkbaar was er na dit concert nog wel het een en ander te schaven dacht heer Z. En het resultaat daarvan staat vermoedelijk op R&E. Zou hij daarom ook hulp hebben ingeroepen van Jeff Simmons? Ook dat weet niemand. Eigenlijk weet je bij Zappa gewoon niks of steeds minder. Conclusie: een goed gespeelde set (?), maar helaas toch minder dan R&E. Ondanks dat ben ik toch blij met het plaatje en draai ik het graag, je kunt nooit genoeg Zappa in huis hebben bij onverwachte gasten tenslotte. Dank Ruth en dank Ralph! Op naar de honderd.


Frank Zappa: lead guitar, vocals
Napoleon Murphy Brock: tenor sax, flute, vocals
George Duke: keyboards, vocals
Bruce Fowler: trombone
Tom Fowler: bass
Ralph Humphrey: drums
Chester Thompson: drums
Ruth Underwood: percussion

tracklist:
  1. Carved in the Rock (intro)
  2. Inca Roads
  3. Penguin in Bondage
  4. T'Mershi Duween
  5. Dog Breath Variations/Uncle Meat
  6. RDNZL
  7. Village of the Sun
  8. Echidna's Arf (of you)
  9. Don't You Ever Wash That Thing?
10. Cheepnis - percussion
11. Cheepnis
12. Dupree's Paradise
13. King Kong/Chunga's Revenge/Mr. Green Genes













text ©2013/14 paul lemmens / cover picture etc. © ZFT - dank aan Frits van De Zaak Emmerik voor zijn communicatiekunsten.