Road Tapes Venue #2

Heet nieuws: een tweede Road Tapes-set zal nog vóór Roxy by Proxy verschijnen! Venue #2 zou volgens redelijk betrouwbare geruchten opgenomen zijn in Helsinki op 23 en 24 augustus 1973. Bijzonder, omdat er van dat concert niets bekend is. Dat wordt een gewoonte! Er gaan ook al geruchten, dat heb je met zo'n Zappanatenpraatgroep, dat Ian Underwood niet meespeelt vanwege een of andere ziekte. Dat maakt e.e.a. extra spannend, want die man hoort er echt wel bij. De band is in de zomer van '73 net terug uit Australië, neemt anderhalve maand pauze. Zappa ontslaat bij terugkomst Sal Marquez (die wilde meer daggeld) en paste daarom de setlist aan. Daarna ging het richting Europa.
In de 'nieuwe' band - en dat is voor ons heel belangrijk - en op dat finer moment: Jean Luc Ponty (viool), benevens George Duke (keyboards), Ralph Humphrey (drums), Ian & Ruth Underwood (allebei van alles en nog wat) en de twee van Zappabands bekende Fowler bros; Bruce (trombone) en Tom (bas).
De band speelde op 18 augustus in Denemarken, op 21 augustus in Zweden, 23 en 24 augustus in Finnialand en op 26 augustus in Noorwegen. Op het Scandinavische menu (en dat is een indicatie voor het Finnian-restaurant-menu) stonden:
Dupree's Paradise, Cosmik Debris, The Eric Dolphy Momorial Barbecue, Kung Fu, Penguin in Bondage, Exercise #4, Dog/Meat, RDNZL, Brown Shoes, Village of the Sun, Excentrifugal Forz, Don't You Ever Wash That Thing?, Montana, Father O'Blivion, Son of Mr. Green Genes, King Kong, Chunga's Revenge. De laatste drie in medley-vorm in in Noorwegen verlengd met The Be-Bop Tango.
Dit zou dan de eerste live-cd worden met Ponty on stage; iets waar veel fans op gewacht hebben! Daarom al is deze release nog spannender dan die P-Roxy!

CD 1  (72:51)

1. Introcious 5:18 - C3
2. The Eric Dolphy Memorial Barbecue 1:08  - C3
3. Kung Fu 1:11  C-3
4. Penguin In Bondage 4:07  C-3
5. Exercise #4 1:58  C1
6. Dog Breath 1:36  C1
7. The Dog Breath Variations 1:30  C1
8. Uncle Meat 2:27  C1
9. RDNZL 6:17  C1
10. Montana 7:03  C3
11. Your Teeth And Your Shoulders And Sometimes Your Foot Goes Like This...../Pojama Prelude 10:14  C3
12. Dupree's Paradise 15:55  C3
13. All Skate/Dun-Dun-Dun (The Finnish Hit Single) 14:10  C1

CD 2  (67:32)

1. Village Of The Sun 5:40   C3
2. Echidna's Arf (Of You) 4:22   C3
3. Don't You Ever Wash That Thing? 9:56   C3
4. Big Swifty 12:58  C2
5. Farther O'Blivion 22:54  C2/3
6. Brown Shoes Don't Make It 7:33  C1 - toegift

C1 = concert 1
C2 = concert 2
C3 = concert 3

Duidelijk hiermee is dat niet gekozen is voor één concert, maar het beste van de drie concerten. Dat is niet vreemd of gek, zo werkte Zappa altijd. Nu nog het geluid erbij; ik wacht vol spanning tot de cd in de bus valt.

Image
een - Fins - concertverslag



Venue #2 is al net zo smakelijk als Venue #1. Van mij mogen er nog veel van deze Venues komen. Opvallend: de recensie van nummer één schreef ik precies een jaar geleden. Als de ZFT dit nu elk jaar gaat doen heb ik niets te klagen! De kortlevende band met Ponty stond al tijden hoog genoteerd op de wensenlijst van menig Zappanaat en het resultaat is eigenlijk meer dan ik verwacht had. Maar ook weer wat minder – daarover later. De uiterst karige bijsluiter rept met weinig woorden over het concert, het gaat meer over ideale bochten en lijkt in die zin meer een praatje over fotomodellen. (you’re a model and you’re looking good). Gebleven is de gedateerde briefkaart en leuk is de foto, danku. De twee BASF-tape-achtige cd’s verbergen hét geheim van de Road Tapes, namelijk waanzinnig goede muziek! Die Finnen werden maar verwend, misschien wel onder het motto ‘ze begrijpen toch geen snars van mijn teksten, geef ze maar muziek’. De ZFT heeft de drie shows laten mixen tot één mooi geheel, met – laten we meteen aannemen – alle hoogtepunten daaruit. Na een heel uitgebreide rondleiding en stemming makende ronde mag de geest van Eric Dolphy beginnen. De eerste acht tracks zijn relatief kort, maar uitstekend gespeeld, waarbij de nummers punctueel en authentiek blijven in de zin van ‘er wordt niet mee gerotzooid’. Kiittää Uncle Meat. Al meteen valt één bandlid extreem op - in de goede zin van het woord: bassist Tom Fowler. Eigenlijk voor het eerst is zijn bijdrage zeer hoorbaar. En wat we dan horen is een bassist die zich in alle bochten wringt en de basis legt voor alle deviaties die deze band solistisch neerlegt. Hij is daarmee meteen dé held van deze set! Pas bij de vastgesnoerde pinguïn strijkt Ponty mijn speakers binnen. Dat had hij wel meer mogen doen en dat is dan mijn minpunt; waar is hij al die tijd? Vaker wel dan niet blijft hij wat op de achtergrond ten gunste van vooral de Duke, die dan ook zonder aarzelen alle vrije ruimte inneemt. Ook goed, maar ik had meer geluid van die Fransoos verwacht. Hij mag wel even soleren in RDNZL; het eerste wat langere nummer, maar dan zet de baas hem al snel aan de kant en trekt van leer met een prettig, pittige gitaarsolo, dan weten ze in Finland ook meteen waar ze aan toe zijn. Moikka! Aan het eind mogen Duke en Ian Underwood even, maar Ian’s geluid is nog niet goed afgesteld waardoor zijn bijdrage verdwijnt in de coulissen. Tandzijde plukken gebeurde in 1973 met een vlijmscherpe gitaar, maar dan wel een met wah-wah-draden. Vau! Het aangekondigde Dupree’s Paradise krijgt een uitzonderlijk lang intro mee - met een net zo lange titel - , waarin Duke de clavinet klassiek funky hanteert totdat een soort pedestrian beat wordt nedergezet en de exotische geluiden van Ian niet van de lucht zijn. Maar net als het leuk wordt is het tijd om je pyjama aan te trekken en is er wat late-night jazz op de radio. Je dromen voeren je al snel naar paradijselijke oorden, alwaar eerst alles glad gestreken wordt op Franse wijze, waarna men het heen en weer krijgt op Amerikaanse wijze. Tussendoor is de basislegger druk in de weer met zijn baspatronen. Na Ponty en Fowler mag Zappa zijn snaren en pedalen beroeren, maar hij doet dat dit keer vrij beheerst. Ian wordt het gladde ijs opgestuurd, dat gaat goed totdat hij Status Quo tegenkomt. Dan barst het feest pas echt los in de koek en zopietent: ‘blues is not dead, it just smells funny too’. “Lets hear it for another American: ‘George Duke’ .” die speelt zo gloedvol dat Zappa het op zijn heupen krijgt en er overheen ‘rollt’. De koelbloedige Finnen wordt vervolgens het vuur aan den schenen gelegd met hun audience participation en ‘dun dun dun’, maar ze doen na wat aanmoediging stoer mee. Einde disc 1. De ’ilmapiiri’ zit er nu echt goed in en dan hebben we zelfs nóg een cd. ‘Rock and Roll is here to stay’ en daarmee wordt een relaxte Village of the Sun neergezet; mooi gezongen door Georgie waarna de combi Echidna’s Arf en Don’t You Ever Wash That Thing op de onverschrokken Finnen wordt losgelaten. Eerst nog wat aarzelend in het motief en dan gaan we door de wasstraat. Oudgediende Ian mag voorop met zijn elektrieke basklarinet en als hij daarmee in een langere solo zeepsop heeft geklopt mag Mr. Duke in de weer met zijn heerlijke Fender en uiteindelijk draait de percussiesectie de kraan dicht. Zappa kondigt nu een één jaar oud nummer aan: Big Swifty. Opnieuw mag Duke soleren, het is tenslotte een piano-dominant-nummer, Ponty mag even wat punten neerzetten, maar wat er vervolgens gebeurt? Het is dat we in augustus zitten, maar anders was het ijs in de verre omgeving van de Finlandia Hall gesmolten door de vurige en flitsende gitaarsolo van Zappa. Hij haalt ongenadig uit en had bij zijn inleiding niet eens verteld dat hij Willie the Pimp ging opzoeken. Ik krijg het gewoon koud van die warme solo en kippenvel als hij overgaat wah-wah-modus. Deze Swifty is echt BIG! Blijf trouwens – zeker in dit nummer– luisteren naar onze held op de achtergrond: Tom Fowler! Show 2 was nu op het kookpunt aanbeland, maar het publiek kreeg geen rust. Farther O’Blivion wordt ingezet. Het nummer was eerst bekend als Malcolm McNabb; het was diens oefenstuk en werd later gemodificeerd tot de Bebop Tango, maar hier in Finland heet het nog Farther O’Blivion. Ponty trapt af en houdt Zappa’s vuur vast totdat het tango-thema opduikt. De dode jazzrollen doen Bruce Fowler ontwaken en ook Ian is present met bubbels en bels. Na een onderwaterreis legt meester Frank uit wat ‘the hook’ – de trekhaak – van een nummer is. Vrij vertaalt; hét thema dat je bijblijft en je doet terugdenken naar vroeger als je het liedje later hoort. Drumsolo en toegift. Die laatste – Brown Shoes - mag rekenen op een enthousiast onthaal. Het is een leuk hitje en leuk gedaan, maar valt letterlijk uit de toon bij de rest van het concert. Loppu numero kaksi! Resumerend hebben we er opnieuw een fantastisch concert bij (dank ZFT) met veel George Duke, iets minder Jean-Luc Ponty en nog minder Underwoods en Bruce Fowler. Absolute hoogtepunt is Frank’s gitaarsolo in Big Swifty, maar de held van de dag is én blijft Tom Fowler. Onnitella en Dun Dun Dun!

Paul Lemmens © text december 2013