JOE'S  CAMOUFLAGE

           
Is it a group?
Is it a band?
Is it real?
Yes, Yes & Yes!
But, Oh Nooooooo! It never toured.
This fine lineup brings with it stuff you’ve never heard before. Visit and revisit Phyniox. Illinois Enema Bandit.
Take Your Clothes Off When You Dance & Any Downers.
Hold some now.
The overview provides credence to fans's ideas that the release features a sort of the Frank Zappa band that rehearsed in 1975, however never toured.




Tracks
1. Phyniox ( Take 1) 2:29
2. T’Mershi Duween 2:28
3. Reeny Ra 4:13
4. “Who Do You Think You Are” 1:39
5. “Slack ‘Em All Down” 1:26
6. Honey, Don’t You Want A Man Like Me? 4:16
7. The Illinois Enema Bandit 6:27
8. Sleep Dirt - In Rehearsal 1:08
9. Black Napkins 8:12
10. Take Your Clothes Off When You Dance 1:55
11. Denny & Froggy Relate :31
12. “Choose Your Foot” 1:20
13. Any Downers? 6:11
14. Phyniox ( Take 2) 4:18
15. “I Heard A Note!” 1:20




In this particular iteration of FZ's group, he was joined by:
Napoleon Murphy Brock: keyboards, sax, and vocals
Robert "Frog" Camarena: guitar and vocals
Denny Walley: slide guitar and vocals
Novi Novog: viola and vocals
Roy Estrada: bass and vocals
Terry Bozzio: drums and voice
special mention:
Andre Lewis

Official Release #98
Released: January 30, 2014
Ergens in de zomer van 1975 oefende Zappa gedurende ongeveer drie weken met een achteraf gezien wel heel speciale band. Enkele opnames van die oefensessies zijn nu uitgebracht op de Joe’s nogwat-serie; in dit geval de Camouflage en voor die gelegenheid voorzien van een feestelijk knipselrandje. De band - even een situatieschets - moeten we plaatsen ná de band met Captain Beefheart in de gelederen; de Bongo Fury band dus en vóór de band met Norma Jean Bell met daarin Brock, Lewis, Bozzio en Estrada. Wat er aan het eind van de zomer gebeurd is, is niet bekend - Questions? Immer wieder die Fragen -, wel dat de groep waar het hier om draait nooit 'on the road' is geweest, maar dan wel weer een – frivole - fotoshoot heeft gehad in diverse standjes, waardoor gesuggereerd wordt dat de verhoudingen goed waren. Novi Novog waagde het zelfs in tuinbroek te verschijnen; dat waren nog eens (mode-)tijden. In het boekje (nou ja boekje, het is meer een bijsluiter) is sprake van ‘record company logos’, maar die zijn hier maar weggelaten, niet iedereen zit immers te wachten op die ‘Discreet’ logo’s van zakenpartner ‘hij die niet genoemd mag worden’ (dank Voldemort). Als ik het dan toch heb over die bijsluiter; wat staat er eigenlijk weinig in; geen trivialia en andere voor fans belangrijke zaken, maar wel data van publicatie van de tracks. Maar liever had ik gewoon gezien dat ze in juli 1975 waren opgenomen en ook door en met wie. Andre Lewis wordt dan wel ‘speciaal’ vermeld, maar doet hij ook echt mee, of alleen op sommige tracks en wie speelt dan de keyboards? Brock, Novog, Zappa hemzelf? “Noboby knows who the keyboardplayer is for sure”. De relatief korte cd bijt het spits af met het liedje Phyniox (take one), dat een Uncle Meat-achtig intro heeft, maar dan maakt de gitaarsolo de sprong naar 75. T’Mershi Duween klinkt bijna als een folkloristisch werk, zeker door de vioolpartij. Reeny Ra, prachtige naam, is misschien wel dé verrassing van de cd, al was het vanwege de bijna kinderlijke zangkunsten. Maar als het thema wordt neergezet zijn we meteen terug bij Zappa's Universe; de diverse muzikanten buitelen bijna over elkaar heen in hun deviante maatsoorten: Hoi Hoi Reena Ra tètètè en dan volgt een mooie gitaarsolo. Want – moge dat even helder zijn - bij deze oefensessies was de Heer zelvers aanwezig en speelde ook mee, dat was wel vaak heel anders. Plotseling lopen er allemaal kinderen in beeld en wordt duidelijk dat alle tracks tussen haakjes (“”) kletstracks zijn. Ach, in het kader van het antropologisch onderzoek best leuk.‘Liefje, wil je geen man zoals ik’, is dit keer een echte swamp-blues versie, de gitaar ploegt door het moeras, maar de vocalen klinken uit de verte. Deze versie had zo op Bongo Fury kunnen staan en in een uitvoering van de Captain. Ook de Illinois bandiet doet het dit keer met de blues; het is een rustige versie en heeft nog helemaal niets van de opgefokte versies die we later zouden krijgen. Aan het eind krijgen we nog zangles ook. Sleep Dirt is mooi, maar te kort en dan komt het hoogtepunt van de cd: Black Napkins. Sowieso al een prachtig nummer, altijd, hoe dan ook, maar deze versie doet meteen een gooi naar een plek in de top vijf. Opvallend – en dat geldt voor deze hele cd – zijn de baspartijen van Roy Estrada. Hij heeft heel wat meer in zijn basmars dan men zou denken en is allang het niveau van de oude Mothers platen ontstegen, Dat moest ook maar eens gezegd worden. Jammer dat hij later op het verkeerde kinderkopjespad terecht gekomen is. Novi mag zich eindelijk eens goed uitleven in een solo en doet dat met passie en verve; al komt haar strijkstok net boven Zappa’s schouders uit. Die neemt het stokje over en dan gaat de ‘Party pas richtig loos’. Wie ondertussen de synthesizers beroerd is even onduidelijk. Na alle emotie mogen we zingen en dansen en in ons blootje gaan vrijen in een versie die doet denken aan die van L. Shankar jaren later. Zappa had best iets met ‘strings’. Any Downers is de volgende Mystery Question die opdoemt. Het is een, mooie relaxte versie met regelmatige gitaaruitspattingen. Bijna rond sluiten we de cd af met Phyniox Opname Twee; een iets langere versie met gitaarsolo en basgeweld. “I heard a note” is het echte eind met nauwelijks te verstane interactie, behalve de laatste zin die meteen dan ook de titel van het stuk is geworden. Ik hoorde inderdaad ook een noot, wel meer dan één. Joe’s Camouflage is een mooi aanvulling in de serie; weliswaar een beetje hapsnap met uitspringers hierendaar. Meest bijzondere is het feit dat hier een totaal onbekend samengestelde groep speelt en tweede: de hangende Big Mystery Question, wat is er toch gebeurd na die drie weken? Maar dat is een goed gecamoufleerd verhaal en dat verklaard de titel van de cd voor leken en andere belangstellenden. Toch maar vaak draaien dan wordt het misschien wel duidelijk. Reena Ra tètètè...

Naschrift:
Via de bekende via bereikte mij het volgende bericht en ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat daar één woord van de NSA bij zit. Na Bongo Fury zocht FZ een nieuwe band; hij verzamelde de mensen hiernaast genoemd, maar zoals de oplettende lezer al heeft kunnen lezen: daar zat géén keyboardspeler bij, dus leerde Napoleon M. Brock op verzoek van heer Z. alle keyboardpartijen; hij was op dat moment de enige die dat kon. Hij leerde als een ijverige leerling, de baas was er blij mee, maar het beviel hemzelf niet zo; Napoleon was - en is - immers een man voorop het podium en niet verstopt achter bakken met toetsen. Andre Lewis, afkomstig uit de Motown-hoek (Rick James / the Temptations) oefende een keertje mee, waarop Zappa zag dat het allemaal anders moest. Einde van deze band, maar de oh zo prangende vraag wie er nu de keyboards speelt is daarmee wel beantwoord: “But all of the keys that you hear on this CD, are being played by me”, aldus de heer Brock. Waarvan akte! (met dank aan Tim)
Paul Lemmens © text februari 2014