NEUSHOORN, SCHILDPAD & INDIAAN

 
Het huidige adagio is ‘je leeft pas als je een boek hebt geschreven’, dus schrijft iedereen die denkt dat hij/zij er toe doet een boek. Dat deden Zappa-fan en ex-Rhino Records medewerker Tom Brown, ex-Mother en ex-Turtle Howard Kaplan (die 'p' is niet fout) en ex Mother of Invention and Indian of the Group Jim Black. Ik heb ze ook in die volgorde gelezen en ik moet zeggen met wisselend plezier. Zonder enige twijfel leukste boek is dat van Black, maar laat ik beginnen met Mr. H.T. Brown’s boekje. Het telt 150 bladzijden en behandelt diverse onderwerpen als Wild Man Fisher, vriend Arthur Barrow, zijn bezoek aan de Vault en de reacties van Gail en zijn werk voor de Rhino ‘Beat the Boots’ serie. Bijzonder aardig om te lezen is het verhaal over ‘The Broadside’, u weet wel, daar waar hét allemaal begon en het stuk over Little Julian Herrera, de bekende/onbekende doo-wop zanger en het stukje over John Livzey, pop-fotograaf en bekend van de cover van You Are What You Is. Boeiend – en ik moet zeggen van hoger niveau - zijn de twee stukken geschreven door Lucy Gomez, al is haar lijst lang niet compleet en dan heb je het wel gehad. Het is een aardig boek om te lezen, er staat weinig nieuws in, maar leest vlot weg. Na afloop heb je wel iets van ‘just another Zappa fanatic from L.A.’ en weer iemand die zo nodig zijn mening/afkeur/voorkeur voor allerlei personen moet ventileren. Dat laatste is weinig charmant, maar wel erg Amerikaans geloof ik. Een boek voor mede-fans.

Howard Kaplan veranderde zijn naam in Howard Kaylan. In zijn in heel veel drugs en seks gewortelde boek verhaalt hij over zijn jeugd, het begin van zijn carrière, het succes als Turtle en idem met The Mothers en Zappa. Zoals zoveel boeken van musici is het overal ‘ons kent ons en iedereen’, dus de hoeveelheid namen van bekende en minder bekende musici buitelen van de pagina’s af. Al lezende kreeg ik een wat minder positieve mening over Kaylan, wat een vreemde snuiter eigenlijk. Zingen is zijn lust en leven, als dat tenminste kan, want soms zijn de drugs zo rijkelijk gebruikt dat dat er ook niet meer van kwam. Het boek leest gemakkelijk tot hij bij Zappa weg is, daarna wordt het een beetje saai en een sleurverhaal. Dat hij toe is aan zijn vijfde vrouw, zijn kinderen, de drugs de meiden die overal klaar staan en voordat ik het vergeet de drugs natuurlijk. De verhalen zijn her en der enigszins getroebleerd, he geheugen blijkt niet zo vast als gedacht, maar dat geldt voor ons allen. Kaylan klapt hier en daar uit de school, onder andere over alle dames in het Zappa-kielzog en dat soort triviale zaken. Het voegt weinig extra’s toe aan de mythe die we al kennen. Hij waardeert Zappa hogelijk, maar schroomt ook niet om hem zo nu en dan te bevuilen. Wel treurt hij enorm als Zappa overlijdt en roept desgewenst dat hij in Zappa een echte vader zag die er nu niet meer is. Maar ja, als er iemand was van orde, reinheid en regelmaat dan was het Zappa wel en sommige mensen hebben dat nodig om zich wel te bevinden. Kaylan was daar ook ongetwijfeld een van, anders had hij zich niet zo in nevelen gehuld. Ook dit boek met 277 pagina’s is tot pagina 177 aardig om te lezen, daarna begint het wat te vervelen merkte ik. In de beperking herkent met de meester, helaas schoot handlanger Jeff Tamarkin daarin tekort. Voor wie van schildpadden en de vroege moeders houdt
Zoals gezegd het leukste boek is dat van Jimmy Carl Black. Hij kreeg het niet zelf meer af, omdat hij te vroeg overleed. Ook dit boek is gehuld in drugs en seks, maar ook in een zekere adoratie voor Zappa. Net als bij Kaylan is het stuk nadat hij bij Zappa weg was iets minder boeiend en ben ik daar sneller doorheen gegaan met lezen. Opmerkelijk is het verhaal over de begintijd van de Soul Giants en de early Muthers en daarna The Mothers. Ook al kwam Zappa bij een bestaande band, hij nam het heft stevig in handen en ondervond daar weinig weerstand tegen. Ik had het gevoel dat alle bandleden, Ray Collins, Roy Estrada en Black zelf Zappa gewoon volgden en heel makkelijk alle verantwoordelijkheid bij hem neerlegden; iets dat mij herhaaldelijk opviel in het boek. Natuurlijk rapt Black steeds over geld en geld dat hij nog te goed zou hebben. Soms terecht, zeker als het gaat om het meespelen, maar meestal niet, aangezien het hele proces in handen was van Zappa. Onterecht claimt Black ook auteur te zijn van het verhaal op Uncle Meat over het geld, alleen had hij dat niet bedacht, slechts uitgesproken en Zappa deed er iets me dat men ‘kunst’ zou kunnen noemen. Ook Black kent de halve muziekwereld en net als de twee schrijvers hiervoor heeft/had hij een hekel aan Gail Zappa. Iedereen heeft er een andere reden voor, maar die teneur is universeel. Black blijkt een eenvoudig en sympathiek figuur die vaak eenvoudig leeft en trots is op én goed zorgt voor zijn kinderen. Zijn eerste vrouw zeurde teveel, aldus  kwam ook hijt erecht in meerdere relaties. Het verhaal van The Grandmothers wordt in dat boek uit de doeken gedaan en dan blijkt dat niet iedereen zich even aardig opstelde ten opzichte van hun vroegere broodheer. Ook hier geldt ‘als de rook om je hoofd is verdwenen’ komt de ware geest bovendrijven. Black blijkt in handen van een goede stuurman een uitstekend muzikant, maar gaat solistisch nogal aan het zwerven. Ook al drumde hij aardig aan den weg, diens solo-escapades zijn niet of nauwelijks opgevallen in muziekland en dat zegt al iets. Interessant te lezen is het feit dat hij goed kon opschieten met Art Tripp en daar nog heel wat van geleerd heeft, drumtechnisch gezien dan. Roy Estrada was zijn oude maatje, maar diens paden waren ook nogal grillig. Ian Underwood blijkt ook hier weer zijn eigen gang te gaan en wordt nauwelijks genoemd, behalve dan dat hij de band goed aanstuurde op verschillende kritische momenten en ‘hij (Underwood) het geld toch niet nodig had’. Black adoreert Zappa bijna en schrijft meestal over hem als iemand die het druk heeft de zaken te regelen of het schrijven van nieuwe stukken. Als Zappa iets vroeg voerde Black het uit, zonder al teveel kritiek uit te oefenen: ‘hij vraagt, wij draaien’; een opmerkelijke houding voor iemand die zich soms wat minder positief heeft uitgelaten over heer Z. Zonder meer een boeiend boek, makkelijk te lezen en rijkelijk geïllustreerd.


text ©december 2014 paul lemmens