EDGARD VARESE

THE PRESENT DAY COMPOSER REFUSES TO DIE

1990 is, geschiedkundig gezien, niet alleen een memorabel jaar, maar ook een jaar waarin het 25 jaar geleden is dat Edgard Varese is gestorven. Niet dat daar veel aandacht aan besteed zal worden, slechts een handjevol mensen is van dat feit op de hoogte. Dat handjevol bestaat voor een groot deel uit Frank Zappa-adepten, omdat Varese in Zappa-kringen een speciale rol speelt. Niet alleen citeert Zappa regelmatig uit het werk van Varese, maar hij vestigde de aandacht vooral op hem door diens onsterfelijke uitspraak 'The present day composer refuses to die' op zijn eerste lp-hoezen af te drukken.

Je zou Zappa een Varese-kenner kunnen noemen: hij laat mensen stukken muziek van Varese horen, dirigeert orkesten die Varese's werk spelen en heeft, gezien zijn eigen muziek, veel van Varese geleerd. Om meer van Zappa's muziek te kunnen begrijpen moeten we eigenlijk eerst begrijpen wie Varese was, wat zijn muziek voor zowel de muziekwereld als Zappa betekend heeft en wat karakteristieke uitspraken van dit eigenzinnig persoon zijn.

In dit deel wil ik leven en werk van Varese bespreken, in een tweede deel - Frank Zappa, de reincarnatie van Edgard Varese? - zal ik dieper ingaan op enkele overeenkomsten.

Terwijl ik dit schrijf verschijnt de eerste CD met muziek van Varese in Nederland. Toeval, ondersteuning, bevestiging?

Edgard Victor Achille Charles Varese wordt op 22 december 1883 in Parijs geboren. Zijn vader is Henri Varese en is afkomstig uit Pignerol, een soms Frans, soms Italiaans dorpje. Zijn moeder is Blanche-Marie Cortot, dochter van Claude Cortot en afkomstig uit Parijs. Edgard is hun eerste kind, na hem volgen nog twee jongens, Maurice en Renato, en twee dochters, Corinne en Yvonne. Edgard heeft geen gemakkelijke jeugd; zijn vader is veel van huis en de keren dat hij er wel is regeert hij het gezin als een ware dictator, waarbij hij zowel zijn vrouw als zijn kinderen mishandelt. Na de dood van zijn moeder besluit hij met de hele familie, inclusief de ouders van Blanche-Marie, naar Turijn te verhuizen; hier kon hij namelijk belangrijke zaken doen. Edgard kan maar met moeite aan zijn nieuwe omgeving wennen en vlucht vaak in Parijse herinneringen. In 1900 sterft Blanche-Marie; tijdens haar sterfbed vraagt ze Edgard zijn broers en zussen tegen hun vader te beschermen omdat "hij een moordenaar is". Henri trouwt redelijk snel opnieuw met een lieve vrouw, maar vervalt helaas weer in zijn oude, gewelddadige gewoonten. Edgard, die de opdracht van zijn moeder heel serieus neemt, heeft keer op keer ruzie met zijn vader. In 1903 komt de verwachte uitbarsting en breekt Edgard - voorgoed - met hem en vertrekt vrijwel onmiddellijk naar Parijs. Hij zal zijn vader nooit meer zien, zijn broers en zussen pas 14 jaar na de breuk. Hoe groot zijn afkeer van zijn vader is blijkt als Edgard op 75-jarige leeftijd nog altijd niets over zijn vader wil horen.

Claude Cortot, Edgard's grootvader, vertrekt een paar jaar na Edgard naar Parijs. In Parijs zullen ze elkaar zo vaak als maar mogelijk is ontmoeten. In feite is Claude de vader die Edgard eigenlijk nooit gehad heeft. Niet vreemd dus dat hij altijd een portret - het enige bestaande - van zijn grootvader in zijn werkkamer heeft hangen.

De Turijnse periode blijkt achteraf niet onbelangrijk: Edgard leert er van muziek te houden. Hij speelt veel op de piano thuis, tot zijn vader het ontdekt, de piano op slot doet en er een doek voor hangt. Edgard's interesse is echter gewekt en hij neemt in het geheim piano- en muzieklessen. Een essentiële ontdekking is Claude Debussy's muziek. Diens 'Prelude a l'Apres-Midi d'un Faune' geeft hem een (cultuur)shock en markeert daardoor zijn muzikale ommekeer. Niet alleen is Debussy op dat moment een groot vernieuwer (hij zet zich vooral af tegen de dan modieuze, maar pompeuze Wagneriaanse muziek) en schepper van het muzikale impressionisme, maar hij is ook de componist die de percussie-instrumenten op een nieuwe, gamelan-achtige, manier gebruikt. Het bekendst (en volgens kenners het mooist) is La Mer: vluchtige indrukken krijgen muzikaal gestalte, de impressionistische muziek verandert onophoudelijk, waardoor het stuk fascinerend en steeds anders is; net als de immer veranderende zee.

Als Edgard Varese in 1903 in Parijs aankomt is het een bruisende stad, vol leven en bekende personen. Varese vindt er werk als muzieknoten-schrijver en wordt in 1904 toegelaten tot de Schola Cantorum. Het volgende jaar wordt hij al toegelaten tot het Conservatorium (direkteur Gabriel Fauré). De daar gedoceerde muziekleer is echter behoorlijk conservatief en de jonge, zoekende Varese is er niet bepaald gelukkig. In boeken van Hoene Wronsky (fysicus, chemicus, musicoloog en filosoof) had hij gelezen dat "muziek de belichaming is die stamt uit de geluiden" en Helmholtz boek 'Physiology of Sound' beschrijft dat alle geluiden, dus ook sirenes, muziek zijn. Varese is ervan onder de indruk en voor het eerst beseft hij dat muziek ruimtelijk kan zijn.

Tijdens zijn lessen aan het Conservatorium ontmoet Varese Suzanne Bing, een danseres. Ze trouwen op 5 november 1907. Door de conservatieve lessen en zijn eigen 'wilde' ideeën wordt Varese steeds onrustiger. In een brief aan Strawinsky schrijft hij: "De docenten hier vertonen veel overeenkomst met de lijnen op mijn muziekpapier." Op dat moment is Berlijn de belangrijkste stad op cultuurgebied: Busoni schreef er 'Sketch of a New Aesthetic of Music' en er waren al veel bekende muzikanten en componisten samengekomen. Varese besluit ook naar Berlijn te gaan en heeft al spoedig twee belangrijke ontmoetingen, de eerste met Debussy, de tweede met Busoni. Beide heren zouden levenslange vrienden worden. Varese spreekt veel met Busoni over diens boek, waarin een van de 'wetten' luidt: "Het is de functie van een creatieve artiest wetten te maken, niet om bestaande wetten te volgen." Debussy is echter Varese's grootste steun en spreekt: "Je hebt het recht te componeren wat je wil en zoals je dat wil." Een van Debussy's fameuze uitspraken was dan ook: "Regels scheppen geen kunst!" Varese die goed op de hoogte is met eigentijdse muziek stelt Debussy aan Schönberg voor; nog later zou hij zelf Ravel ontmoetten.

Tijdens zijn Berlijnse verblijf beëindigt Varese zijn eerste grote werk: Bourgogne, een symfonie voor 120 personen. Voor het werk heeft hij veel kennis bij Strauss opgedaan: "Strauss' muziek is behoorlijk saai, maar hij weet veel van orkestraties", aldus Varese. Bourgogne wordt voor het eerst in 1910 in Berlijn opgevoerd, met Varese als dirigent. De opvoering veroorzaakt een muzikale rel. Het werk wordt omschreven als 'lawaai' en 'het gejank van een krolse kat'. Dezelfde week was ook de premiere van Schönberg's 'Pelleas en Melissande'. Vergeleken echter bij Varese's rel verliep dat concert rustig. Het zou niet bij deze rel blijven, het was slechts de eerste in een lange rij. Steun kreeg hij van Debussy die schreef dat hij zich niets moest aantrekken van het publiek en de critici, omdat deze bijna per definitie dertig jaar achterlopen. Wat een gelijk zou hij krijgen!

Ondanks alle interessante ontmoetingen is Varese's leven in Berlijn niet gemakkelijk: hij spreekt geen Duits, heeft geen werk en moet toch het inmiddels met een dochter (Claude - naar zijn grootvader) uitgebreide gezin onderhouden. Eens temeer blijkt de onfortuinlijke speling van het lot: op de dag dat Claude geboren wordt sterft zijn geliefde grootvader Claude Cortot.

In 1912 is Varese aanwezig bij de generale repetitie van Schönberg's 'Pierrot Lunaire' dat gedirigeerd wordt door de componist zelf. Ook Strawinsky is aanwezig, maar een ontmoeting blijft uit. Varese is razend enthousiast over de Pierrot en begrijpt meteen het belang ervan, Strawinsky vindt het maar niets...

Varese's gedachten richten zich inmiddels vooral op een nieuw instrument, waarmee hij zelf geluiden zou kunnen opwekken en klankkleuren mengen en veranderen. De geluiden die hij in zijn hoofd heeft zouden er zonder dit (niet bestaande) apparaat niet uit kunnen komen. Tijdens zijn leven zou dat apparaat er niet komen (maar hij zou zeker heel blij geweest zijn met b.v. een Synclavier). Het ging Varese daarbij niet om geluidsexperimenten, maar om nieuwe geluiden die binnen zijn concept zouden kunnen passen. Hij moest niets hebben van een stuk als 'The Art of Noise' van Russolo, dat de geluiden om de geluiden laat horen.

In 1913 vertrekt Suzanne Varese-Bing naar Parijs om opnieuw te gaan dansen. Hun dochter, Claude, gaat naar Suzanne's grootmoeder en een onofficiële scheiding vindt plaats. 1913 is tevens het jaar waarin voor het eerst Strawinsky's 'Le Sacre du Printemps' gespeeld wordt. Varese is er niet ondersteboven van en vindt dat Strawinsky "gewoon zijn plicht gedaan heeft".

Kort na deze premiere keert Varese ook naar Parijs terug en vindt er werk als dirigent. Dat jaar is het bij hem een komen en gaan van mensen, waaronder Picasso, Cocteau en Trotsky. Door de inmiddels uitgebroken oorlog is er geen ruimte meer voor muziek en dus geen werk meer voor dirigenten. Een oude vriend, Charles Muck - dan dirigent bij het Boston Symphony Orchestra, nodigt Varese uit naar Amerika te komen. Op 18 december vertrekt hij om nog maar een paar keer in Europa terug te keren; Amerika zal zijn thuis worden.

Op 29 december stapt Varese (dan 32) in New York aan land. Hij heeft 90 dollar op zak en spreekt slechts twee woorden Engels. New York heeft in 1915 een grote Duitse gemeenschap, waar Muck Varese introduceert. De introductie heeft nauwelijks concrete gevolgen en bij gebrek aan beter neemt Varese zijn oude werk (dirigeren, noten-schrijven) weer op. Na zijn aankomst ontvangt hij een brief van Satie met daarbij, als eerbetoon, een partituur van de Gymnopedies en een uitgebreid schrijven over Debussy. Later zou het Satie ook zijn die Varese middels een telegram op de hoogte zou brengen van Debussy's dood (1918). Als reactie op zijn saaie werk bestudeert Varese oosterse filosofie en dito geluiden en opnieuw krijgt hij een bijzonder boek onder ogen. Schilder, schrijver, magiër en componist Dave Rudhyan schrijft: "Klassieke westerse muziek besteedt alleen aandacht aan de muzikale vorm en vergeet de inhoud, de energie van het geluid. De melodie springt van toon naar toon, van interval naar interval. Dit soort muziek lijkt op een mummie, goed geconserveerd, maar hol, omdat de geluidsentiteit (het wezenlijke van het geluid) leeg is; er is geen geluidsenergie en daardoor geen 'levend bloed', er zijn geen 'pure' tonen."

Met deze wijsheid besluit Varese voortaan zijn eigen muziek nog anders aan te pakken en keert de limieten die westerse tradities hem opleggen de rug toe. Vooral 'oude' (strijk)instrumenten moeten het daarbij ontgelden; zij zijn getemd, zijn hun eigen entiteit kwijt en missen hun 'inner-space' en daardoor hun energie. Varese: "Waar wij op percussie alleen lawaai maken, scheppen mensen uit niet-westerse culturen een ware dynamiek en een ongelooflijke intensiteit. Westerse muziek heeft percussie naar de achtergrond verdrongen, maar deze instrumenten moeten op de voorgrond terugkeren om tot totale expansie te komen." De puurheid van geluid die Varese zocht deelde hij met Anton Webern. Alle andere componisten blijven in feite vasthouden aan de klanken van het 19e eeuwse westerse orkest. Opnieuw ook komt hij terug op zijn droom-instrument: "Muzikanten moeten met technici samenwerken om tot nieuwe apparaten te komen, apparaten van deze tijd. Ik weiger me te beperken tot geluiden die al gehoord zijn. Ik zoek een nieuw medium, waarmee ik de geluiden in mijn hoofd tot reële klanken kan omzetten."

Eind 1917 ontmoet Varese tot drie maal toe een vrouw, Louise Norton. De derde keer raken ze hevig verliefd en na hun beider scheidingen trouwen Edgard en Louise. Zij werd zijn rotsvaste steun, toeverlaat en stimulator; hij zou haar nog hard nodig hebben.

In 1920 begint Varese met zijn eerste nieuwe werk: Ameriques. Niet alleen de naam, maar ook de muziek is symbolisch, omdat hij inderdaad met Europese tradities breekt. Het stuk heeft een flinke houtblazers-sectie en een bezetting voor 21 percussie-instrumenten, waaronder sirenes, zwepen en leeuwenbrul. Ameriques bestaat uit verschillende passages met nogal plotselinge wendingen die het stuk iets barbaars geven. De percussie zorgt niet voor ondersteuning zoals tot dan toe gebruikelijk is, maar zorgt voor een penetratie in het totale geluid om het een zeer rijke en nieuwe klankkleur te geven. Varese beschouwt in Ameriques accoorden als objecten, als frequenties en niet als harmonischen. Het 'ritme' geeft het stuk leven, houdt het bij elkaar en neemt de plaats in van de harmonie. "Elk werk van mij ontdekt zijn eigen vorm. Daardoor duurt het verschrikkelijk lang voordat ik met iets nieuws klaar ben." Voor Varese was werken met muziek werken met een levend organisme, elke keer weer een uitdaging, maar ook frustrerend. Het klonk nooit zo als hij het wilde horen. Daarom ziet hij later veel in de tape-recorder, omdat hij dan zelf het geluid kan bepalen en opnemen. Wat dat betreft heeft Varese met zijn haast wetenschappelijke geluidsonderzoek meer overeenkomsten met mensen als Pasteur of Einstein dan met geluidszoekers als Russolo of Antheil.

Er volgt nieuw werk, Offrandes en Hyperprism, beide percussie-rijk. Echte kunst roept vragen op, maar deze werken veroorzaken in plaats van vragen de inmiddels bekende rellen: "Vier minuten herrie."  Varese daarover: "Waarom zouden we conservatief zijn. De violen spelen nu nog de belangrijkste rol, terwijl hun hoogtepunt al in het begin van de 18e eeuw lag. We hebben nieuwe, 20e eeuwse instrumenten nodig."

Octandre (1923) is Varese's eerste werk zonder percussie. Ondanks de afwezigheid ervan is het zeer krachtig, heeft het een eigen geluidswereld en is daardoor in zekere zin een stap vooruit in de muziekgeschiedenis.

Tussen het componeren door is Varese bezig met de I.C.G., de International Composers Guild, een componisten-vereniging, waarbij nieuwe componisten, verbonden door het I.C.G., hun muziek wereldwijd kunnen uitdragen. Varese steekt veel tijd en energie in de I.C.G., maar uiteindelijk leveren zijn inspanningen niets op. Opmerkelijk echter is een punt uit de I.C.G.-statuten: 'The present day composer refuses to die!', waarmee zoveel bedoeld wordt als 'wij, moderne componisten, hebben er recht op gehoord te worden'.

In de jaren 1924/25 is het (door gebrek aan goede apparatuur) nog steeds onmogelijk ruimtelijk geluid te scheppen, ook al is Varese daar zeer mee begaan. Integrales, opnieuw een stuk voor talloze percussie-instrumenten, heeft ondanks dat handicap een min of meer ruimtelijke klankkleur. De reactie erop: "Maak slecht lawaai, zo hard als je kunt en doe dat zo slecht mogelijk, er zullen zeker mensen zijn die het dan mooi vinden." Iemand anders begreep er meer van: "Het is Varese gelukt het geluid van de Nieuwe Wereld (Amerika) in muziek om te zetten."

In de beide volgende jaren werkt Varese hard aan Arcana, terwijl een 'ouder' stuk als Ameriques bij incidentele opvoeringen nog steeds heftige reacties aan het publiek ontlokt: mensen lopen gillend weg, staan te schreeuwen of klimmen bovenop hun stoelen om te applaudiseren. "Waar Le Sacre du Printemps alleen maar logisch is breekt Ameriques met elke traditie. Het stuk heeft de zon in zich en ontwikkelt zichzelf door middel van explosies in de ruimte."

Arcana is een stuk voor maar liefst 40 percussie-instrumenten; het is temperamentvol, beangstigend en sensationeel. "Varese, de geluidsalchemist, gaat met Arcana op weg om de Steen der Wijzen te ontdekken", schreef een criticus.

Aan het eind van de 20er jaren is Varese even terug in Parijs, omdat er voor het eerst werken van hem gespeeld gaan worden. Varese liep al enige tijd rond met plannen voor een muzieklaboratorium en wil proberen er in Parijs iets mee te doen. In dat laboratorium zou geluid natuurkundig bestudeerd kunnen worden en bovendien zouden er, als een groot geluidsarchief, platen opgeslagen moeten worden. Het project levert niets op. De Europese reacties op zijn muziek verschillen niet met de Amerikaanse...

Een belangrijk jaar voor Varese en voor de muziekgeschiedenis is 1933; een jaar waarin een van de meesterwerken van deze eeuw voor het eerst gespeeld wordt: Ionisation, een stuk voor alleen maar percussie-instrumenten. Het sterk ritmische werk heeft niet alleen westerse logica in zich, maar is tevens gebaseerd op niet-westerse culturen. Voor het eerst heeft muziek weer een stap vooruit - of terug gedaan (het is maar hoe je het bekijkt) - naar waar ze vandaan komt: de ritmiek. De eerste opvoering van Ionisation is op 6 maart 1933. Op verzoek van het publiek wordt het twee keer gespeeld en voor het eerst wordt er positief geschreven: "Zo mooi dat het je de adem beneemt. Niemand kan het belang van dit stuk ontgaan zijn."

Door de sterke ritmiek in zijn muziek wordt Varese vaak met Strawinsky vergeleken. In 1932 schreef F. Goldbeck echter: "In Le Sacre du Printemps hebben we enkele simpele thema's die een soort gevecht met elkaar aangaan. Allemaal mooi en zelfs het ritme blijft netjes binnen de muziekleer. Bij Varese is er niets van dit al, zijn stukken bestaan uit a-melodieuze elementen waarbij het ritme alles vertrapt en zelfs belangrijker wordt dan andere geluiden. Varese is een gigantische stap vooruit op onze muziek-ontwikkeling."

Varese blijft onverstoorbaar naar nieuwe geluiden zoeken. Zijn volgend werk, Ecuatorial, bevat zang, basstemmen gezongen door megafoons en twee Theremins (een soort elektronische klankopwekker waarmee science-fiction achtige geluiden gemaakt kunnen worden - en dus ook veel bij SF-films gebruikt zijn). De eerste opvoering is in 1934 en de reacties zijn bijna voorspelbaar: "Dit is geen muziek meer, de instrumenten zijn belangrijker dan de stemmen. Het is een kakofonie die de mooie stemmen doet verminken."

Alle negatieve geluiden en tegenslagen moesten eens leiden tot een inzinking. In 1935 is het zover en stort Varese in onder de voortdurende druk van zijn gevecht tegen oude instrumenten en de handicaps van de nieuwe (elektronische). Tijdens een rustperiode komt hij op een geweldig - maar onuitvoerbaar - idee: koren in alle wereldhoofdsteden zouden een nieuw werk moeten zingen. Het zou tegelijk, met mathematische precisie, moeten gebeuren, opdat elk koor precies daar kan beginnen waar het vorige eindigt. André Malraux schrijft een tekst, maar de New Yorkse kranten krijgen lucht van het idee en schrijven: "Varese komt met een Red Symphony", of ze schrijven in de trant van: 'The Symphony of Revolution' - er zouden namelijk Russen en negers meezingen! Het thema van het stuk is echter vrij onschuldig: de marcherende menselijkheid (op weg naar de toekomst). Varese werkt tussen 1935 en 1940 bijna constant aan het internationale koorwerk dat hij de titel 'Espace' meegeeft. Het is nooit opgevoerd.

In al die jaren van strijd, strijd met zichzelf, strijd met de techniek, strijd met het onbegrip is er een lichtpuntje: Density 21,5 - een stuk voor platina dwarsfluit (lengte 21,5 inch), geschreven op verzoek van fluitist George Barrere. Het is een verschrikkelijk tragisch stukje; niet onbegrijpelijk gezien Varese's stemmingen. De eerste opvoering vindt plaats als onderdeel van een gemengd concert. De pers zweeg.

Tijdens zijn crisisperiode reist Varese veel, geeft boeiende muzieklessen - hij was een geboren verteller - en was politiek aktief voor minderheden in Zuid-Amerika. Aansluitend aan Varese's inzinking breekt de 2e wereldoorlog uit; ook al niet bepaald een tijd voor componisten. Varese blijft desondanks bezig met Espace, maar nu is de tijd (verdeeldheid) tegen hem. Wel maakt hij veel vrienden en is het net als eerder in Parijs een komen en gaan van (on)bekende kunstenaars. De schrijver Henry Miller zou een goede vriend worden. In een van diens boeken - Airconditioned Nightmare - wordt zelfs een heel stuk over Varese geschreven. Merkwaardig genoeg raken veel mensen pas door dat boek geďnteresseerd in Varese's muziek.

Na de oorlog is Varese verbitterd, vaak sarcastisch en schrijft bijna geen muziek meer: "Amerika is het land van de grote middelmatigheid en zal daar ooit aan ten onder gaan."

Om toch nog iets met Espace te doen bouwt hij het om tot 'Etude for Espace'; een stuk voor twee piano's, percussie en 'mixed-chorus'. De teksten bestaan uit tekstflarden in verschillende talen zonder enig samenhangend geheel. Voor het eerst in de muziekgeschiedenis wordt het logische verband helemaal losgelaten: het koor is een onderdeel geworden van de percussie-sectie. Vreemd genoeg wordt het stuk maar één keer opgevoerd (1947) en verschijnt het ook maar een keer op een geluidsdrager (twee 78-toeren lp's met Varese als dirigent). Het Nederlandse ASKO-ensemble heeft echter plannen de Etude - en andere stukken van Varese - uit te voeren. Als het allemaal doorgaat moet er in 1992 een CD van dit ensemble verschijnen met het complete werk, ook niet eerder uitgevoerd/uitgebracht werk, van Varese.

Ondanks Varese's verbittering staat het na-oorlogse publiek meer voor experimenten open en vindt er voor allerlei, eerder onbegrepen, kunstvormen een herwaardering plaats. Varese leeft op en begint opnieuw te schrijven. Als onderdeel van de herwaardering verschijnt een lp met Varese's werk op het E.M.S.-label met als dirigent Frederic Waldman. Bij de opnames geeft Varese aanwijzingen vanaf zijn ziekbed. Vanwege klanktechnische redenen kan er slechts 15 minuten per kant opgenomen worden. De keus valt op Intégrales, Density 21,5, Ionisation en Octandre. Tien jaar lang zou dit de enige lp met werk van Varese zijn. Het is de lp die Frank Zappa ooit voor $ 3.80 zou kopen...

Tijdens de oorlog vraagt Thomas Bouchard aan Varese een soundtrack bij zijn film over de 1e wereldoorlog te maken. Varese en Bouchard construeren de soundtrack uit een compilatie van bestaand werk. Ook voor zijn tweede film gebruikt Bouchard muziek van Varese met dezelfde methode, maar zijn derde film zou een nieuwe en spectaculaire soundtrack krijgen. In deze film - Around and About Joan Miró - zit een scene van bijna drie minuten met als subtitel 'The Procession of Verges'. Varese gebruikt voor dit stukje een zelfgemaakte soundtrack, bestaande uit vier tapes. De reactie: "Met tapes is het mogelijk nieuwe geluiden te maken, waarbij instrumenten hulpmiddelen kunnen zijn, maar de klanken van de tape hoofddoel vormen." Iets soortgelijks had Varese al dertig jaar eerder gezegd. Langzamerhand lijkt de tijd echter op diens ideeën in te lopen. Ondanks de primitieve apparatuur kan Varese aardig met tapes overweg. Wat nu nog bleef was een alternatieve manier om muziek te noteren, maar daar zal hij later een oplossing voor vinden.

Het stuk waar hij na de opleving aan was gaan werken noemt hij Déserts. De ervaringen met tapes, opgedaan bij het maken van de soundtracks, komen goed van pas. Het werk ontstaat overigens in een tijd (1952) dat de eerste muziekvoorstelling met alleen tape-recorders gegeven worden. Het stuk bestaat uit klanken van instrumenten en van verschillende tape-fragmenten. Déserts is, zoals de titel al min of meer aangeeft, de uitdrukking van eenzaamheid, lijden en angst en heeft daarmee ongeveer dezelfde waarde als Picasso's Guernica. De eerste opvoering zou in juni 1953 zijn, maar het concert wordt om onduidelijke redenen afgezegd. Pierre Boulez, die hij in 1952 ontmoette, wil het stuk echter in Parijs opvoeren en nodigt Varese uit de premiere bij te wonen. De (eerste) opvoering wordt gedirigeerd door Réne Clair. Déserts zorgt voor het grootste schandaal in de westerse muziekgeschiedenis. Dertig jaar na de eerste shock voor het publiek (Berlijn) bewijst Varese nog altijd de kracht en energie voor confronterende muziek te hebben. Nogmaals blijkt dat het grote publiek nog niet rijp is voor Varese's muziek: "Werk van een gek", "Koekepan-slaan met solo's voor wc-spoelingen" en "Fanfares voor autoclaxons", waren de reacties.

Hevig teleurgesteld keert Varese terug naar New York. Daar dirigeert Frederic Waldman de eerste opvoering van Déserts en in tegenstelling tot Europa is het publiek hier wel enthousiast: "Déserts is een groots stuk dat zijn waarde in de geschiedenis nog zal bewijzen." Het enthousiasme is voor Varese de aanzet tot een nieuw, maar radicaal, werk: Poeme Electronique. Voor anderen is het reden tot het uitbrengen van een nieuwe lp. Varese is er weer actief bij betrokken en vindt het maar niets. Slechts de versies van Robert Craft kunnen zijn goedkeuring wegdragen. De lp (CBS) wordt een voorbeeld van hoe Varese's werk zou kunnen klinken en daarmee bereikt hij een fase (het zelf kunnen horen van goede opnamen) die maar weinig componisten voor hem bereikt hebben.

In 1956 brengt een tot dan onbekend persoon, M. Kalff - artistiek direkteur van Philips, een bezoek aan de dan al fameuze architect Le Corbusier en vraagt deze een paviljoen voor de wereldtentoonstelling van 1958 te bouwen. In een flits ziet Le Corbusier allerlei beelden voor zich en hoort daarbij de geluiden/muziek van Varese. Zijn korte, gedecideerde antwoord aan Kalff luidt dan ook: "Ik maak geen paviljoen, maar een elektronisch gedicht." Le Corbusier stelt onomwonden zijn voorwaarden: of Varese doet mee of ze kunnen zijn medewerking wel vergeten. Kalff, onder indruk van de zekerheid en besluitvaardige houding, stemt toe. Meteen na Kalff's bezoek stuurt Le Corbusier Varese een brief en vraagt om zijn medewerking. Uit bewondering geeft hij hem de vrije hand in het maken van de muziek: "Just do as you wish." Het is dé gelegenheid waarop Varese zat te wachten.

24 augustus 1957 arriveert Varese in Rotterdam om meteen door te reizen naar Eindhoven en er in de beschikbaar gestelde studio's te gaan werken. Ondanks zijn toezeggingen probeert Kalff onder de overeenkomst uit te komen. Xénakis, die samen met Le Corbusier, de architectuur van het paviljoen zou verzorgen, schaart zich zonder meer achter Varese. Le Corbusier had in zijn brief laten weten dat er 480 seconden geluid beschikbaar waren. Varese schrijft hem regelmatig terug: "De ontwikkelingen gaan in het traagste tempo dat ik ken; de technici werken niet mee." Later schrijft hij: "Philips en ik gaan af op een onvermijdelijke botsing; ze houden niet van mijn werk." Slechts door nogmaals persoonlijk met zijn vertrek te dreigen kan Le Corbusier ervoor zorgen dat Varese door kan werken. Op 2 mei 1958 hoort Varese voor het eerst de complete versie van zijn Poeme Electronique. Dezelfde dag wordt het paviljoen al voor het publiek geopend, maar de geluidsinstallatie is nog niet eens klaar. Er waren 3 tapes die door 150 luidsprekers, gebouwd in groepen in de vorm van paden, op verschillende plaatsen zouden klinken. Voor het stereo-effect moesten de diverse tracks nog in verschillende kanalen gesplitst worden. De muziek blijkt perfect bij het merkwaardige gebouw te passen: "Men hoort en ziet (diaprojecties in het hele gebouw) hier niet, men leeft hier." Eindelijk heeft Varese zijn ruimtelijke muziek en eindelijk krijgt hij het succes waar hij al heel lang recht op heeft. Meer dan 2 miljoen mensen hebben zijn Poeme gehoord en gewaardeerd.


een impressie van de beelden in het paviljoen
 

Terug in New York wordt hij enthousiast onthaald en roept iedereen om het Poeme. De voorstelling ervan, ondanks het feit dat zelfs Le Corbusier de pure muziek (zonder de dia's enz.) beter vond, is eigenlijk niet meer dan een stereoklankbeeld en haalt het niet bij het origineel uit Brussel.

De beloning voor het succes blijft niet uit: in 1958 dirigeert Leonard Bernstein (!) maar liefst vier maal Arcana. Maar ook al was de waardering voor het Poeme en Arcana groot, Déserts blijkt nog te ver vooruit voor het grote publiek. Toch blijft Varese onder invloed van het groeiende succes enthousiast en begint opnieuw te componeren, maar eerst wil hij de tapes voor Déserts verbeteren. De eerste opvoering van de tweede editie vindt plaats in Canada. Zowel publiek als orkestleden krijgen de slappe lach; ze snappen er niets van.

Begin 1960 neemt Robert Craft opnieuw een lp op met Varese's werk; de eerste lp was allang uit de handel. Door deze lp hoort een nieuwe groep mensen voor het eerst werk van Varese. Tijdens de voorbereidingen stelt Robert Craft, een zeer goede vriend van Strawinsky, Varese voor Strawinsky te ontmoeten. Een memorabele gebeurtenis, want in 1934 had Varese al gezegd dat Strawinsky's betekenis voor de muziek voorbij was. De ontmoeting verloopt, anders dan menigeen gedacht had, in een vriendelijk sfeer.

Varese is nog niet tevreden met de tapes voor Déserts en begint aan een derde versie. Terwijl hij daarmee bezig is worden er, als hommage, concerten met zijn werk gegeven. Een van de concerten krijgt een primeur in de vorm van een nieuw werk: Nocturnal. Het stuk is pas twee dagen voor het concert klaar en bestaat uit zinnen uit Anais Nin's gedicht 'The House of Incest'. Samen met de geluiden van 2 Ondes-Martenot (een soort klankgenerator) en een reeks percussie-instrumenten zijn zinnen als 'I have lost my brother' en 'You belong to the night' te horen. Na het concert werkt Varese nog vier jaar aan Nocturnal, daarbij voortdurend door ziektes gehinderd. Ook blijft hij bezig met Déserts; eind 1961 is de vierde en laatste versie gereed. En alsof dat nog niet genoeg is beëindigt hij ook nog een nieuwe versie van Arcana.

Gedurende de winter van 1961/2 wordt Varese geplaagd door bronchitis. De ziekte was nogal vreemd, omdat de artsen niets dat op bronchitis wees konden vinden. Het bleek psychisch. Volgens vrienden voerde Varese een strijd met de naderende dood. Hij haatte de dood, omdat deze hem zou verhinderen al het werk dat hij nog in zijn hoofd had uit te kunnen voeren. Ook in de opvolgende jaren (1962/3) wordt Varese vaak gestoord door zijn vreemde ziekte. Zijn strijd spitst zich toe op twee stukken die hij zeker nog af wil hebben: een nieuwe versie van Nocturnal en Nuit, een heel nieuw stuk. Nuit heeft als basis hetzelfde gedicht als Nocturnal, maar is voor een kleinere bezetting. Zoveel zijn gezondheid toe laat werkt hij eraan.

Ondanks zijn ziekte is 1962 voor Varese een memorabel jaar: hij wordt geëerd met prijzen, medailles en titels en zijn werk wordt regelmatig gespeeld. Amerika lijkt overwonnen, maar bij concerten in Europa spelen zich nog steeds 'ouderwetse' taferelen af. Gepassioneerd werkt Varese verder, soms lijdend onder totale depressies, omdat hij denkt het niet meer te zullen halen. Hij haalt het inderdaad niet: op 6 november 1965 sterft Edgard Varese in het University Hospital, New York. Hij is bijna 80 jaar geworden.

Met zijn dood is een bijzonder muzikaal tijdperk afgelopen. Wat blijft zijn zijn muziekwerken en zijn inspirerende verhalen, of, zoals Varese tijdens een radio-interview voor de Franse radio ooit zei: "Het laatste woord is 'verbeeldingskracht'. Daarmee weigert de hedendaagse componist inderdaad te sterven.

 

© Paul Lemmens, 1e versie, december 1989/januari 1990, 3e herziene versie, februari 2002, nieuwe vormgeving 2008