UITVRETERS-UITVENTERS-UITVOERDERS EN ANDERE BANALITEITEN

Omdat het nogal stil is aan het Zappa-cd/muziek-front ben ik maar eens gaan kijken of er geen ‘andere’ Zappa-dingen verschijnen. Naast allerlei illegaals werden op de Amazone twee zaken verhandeld: ‘A Freak Out in the Making’; een boek van veelschrijver Scott Parker (zie ook elders op deze site voor zijn andere boeken) en een DVD: ‘Freak Jazz, Movie Madness and other Mothers’; een film van ene Tom O’Dell.

Het A5-boekje van Parker met een x-aantal pagina’s beschrijft volgens de titel het ontstaan van Freak Out, maar ‘en passant’ (hum) komen daarbij ook Zappa’s jeugd-én voorliefdes langs, maar ook ’s mans eerste vrouw Kathryn Sherman. Parker houdt het erop dat alle ‘liefdesliedjes’ op Freak Out over haar gaan. Moowah! Eigenlijk geloof ik dat niet helemaal, beter gezegd helemaal niet. Zappa ventileerde toen al een verbale hekel aan dat soort zwijmelarij, maar had zelf een degelijke doowop-achtergrond, vol met verloren liefdes. Daar lees ik weinig over, net zo weinig als over de jaren bij Paul Buff. Als je de tracks hoort die daar gemaakt zijn weet je wel beter. Onontgonnen terrein voor Parker blijkt. Hoe Freak Out ontstaan is biedt weinig nieuwe inzichten. Wel leuk is dat hij alle uitgaven die er nu zijn in – de verschillende (!) versies van Freak Out, maar ook MoFo en de diverse keldergeesten, in een soort van logisch perspectief plaatst. De conclusie in het kort, als je de ‘echte’ Freak Out op cd wil hebben moet je de MoFo-versie hebben; anders de vinylversie uit 1966. Een groot deel van het boek beschrijft de lijst van namen, zoals die staat op de authentieke binnenhoes. In die lijst is recentelijk geschrapt, hier geldt: originele lp! Die Parker stapelt in explicatie over die namen vervolgens de ene fout op de andere en geeft daarmee te kennen een Zappafan te zijn en van alles wat daarbuiten valt; (modern-)klassieke muziek, doo-wop, jazz, niets of te weinig te weten. In mijn bescheiden optiek hoort een echte Zappafan dat allemaal wel te weten, maar wellicht ben ik een roepende in de woestijn van hij die zag dat het licht goed was. Nog wel iets van een opmerking, het is geen kritiek, maar een constatering: Parker is géén schrijver, maar een soort haastige/enthousiaste archivaris die noteert maar niet controleert; er staan nog wel wat typ- en opmaakfouten in het boek. For low-budget readers zullen we dan maar zeggen. Ondanks dat alles had ik het boekje in geen tijd uit; ideaal dus voor het wachten bij de kapper, de dokter en de tandarts. Het heeft wel weer geleid tot het draaien van de 1966-versie van Freak Out, ja, de MoFo-versie en dan alle vier de uitklapplaatjes natuurlijk. Por dios, wat een geluid en wat een muziek! De DVD – ook al het woord Freak erop, dat is zeker hot - met maar liefst 157 minuten (!) beeld en geluid slik je weg als een petit four. Het glijdt warm en vibrerend naar binnen en voor je het weet zijn de twee-en-een-half uur voorbij. Het is een slimme productie (immers: this film is not sanctioned by the estate of FZ), met vooral in het eerste deel van goed op Zappa-muziek lijkende klanken, maar dat zijn ze niet! Later worden we getrakteerd op beelden uit het VPRO-archief en klanken van Rykodisc; die daar blijkbaar nog wat restrechten over hebben. In de vertelstoelen treffen we aan: George Duke, Aynsley Dunbar, Mark Volman, Ian Underwood, Don Preston, Jeff Simmons, regisseur Tony Palmer (200 Motels) en héél bijzonder Max Bennett en Sal Marquez. De rode draad is in handen van bekende Zappanaten Ben Watson en Billy James, ditmaal bijgestaan door Mojo’s Mark Paytress. Officieel behelst de DVD de periode 1969-1973, maar schiet er zowel voor als achter langs. Meest boeiend zijn de bijdragen van Bennett die vol of is over Hot Rats, maar de tournee heel erg, zeg maar gewoon ‘te’ zwaar vond. Marquez blijkt een soort muzikaal wonderkind die alles doet en kan wat de baas vraagt. Hup! De Duke – hij rust in vrede- vertelt op zijn eigen humoristische manier, Simmons wat onderkoeld, daarin bijgestaan door een structurele zonnebril, Volman met een licht zuidelijke accent, beetje zangerig, maar ook nogal wat trillerig, Dunbar oprecht, als een echte Engelsman, Underwood zoals altijd bescheiden, de observant en kenner bij uitstek, Preston lijkt weer bij de les en Palmer plaatst de opnamen in een wat reëler perspectief dan zijn laatste ontboezemingen ten tijde van zijn eigen 200 Motels-versie. Wie ontbreekt in het verhaal is Kaylan. Dat was dé zanger van deze periode, maar inmiddels ook schrijver van een eigen boekje. Die had natuurlijk hier ook wat kunnen vertellen dacht ik zo, maar misschien stond hij op zijn eigen markt van welzijn en geluk. De heren Watson en James doen hun rode-draad-arbeid goed en professioneel en Paytress zorgt voor de kritische noten. Dank, ze waren lekker. Er gebeurt teveel op de DVD om hier te beschrijven, gewoon zelf die DVD kopen, kijken en genieten. En daarna in de herhaling, want, zoals het gezegde luidt: één petit four maakt nog geen zomer van liefde!


textfz © 2014 Paul Lemmens