1971 lp-versie



cd-versie MGM/Ryko - releasedatum 14 oktober 1997
met uitgebreid boekje en replica-poster

------------------------------------------------------------
link met:



------------------------------------------------------------

200 Motels
4 oktober 1971
officiële release - 13

1971 lp-versie
A1. Semi-Fraudulent / Direct-From-Hollywood Overture
A2. Mystery Roach
A3. Dance Of The Rock & Roll Interviewers
A4. This Town Is A Sealed Tuna Sandwich (Prologue)
A5. Tuna Fish Promenade
A6. Dance Of The Just Plain Folks
A7. This Town Is A Sealed Tuna Sandwich (Reprise)
A8. The Sealed Tuna Bolero
A9. Lonesome Cowboy Burt

B1. Touring Can Make You Crazy
B2. Would You Like A Snack?
B3. Redneck Eats
B4. Centerville
B5. She Painted Up Her Face
B6. Janet's Big Dance Number
B7. Half A Dozen Provocative Squats
B8. Mysterioso
B9. Shove It Right In
B10. Lucy's Seduction Of A Bored Violinist & Postlude

C1. I'm Stealing The Towels
C2. Dental Hygeine Dilemma
C3. Does This Kind Of Life Look Interesting To You?
C4. Daddy, Daddy, Daddy
C5. Penis Dimension
C6. What Will This Evening Bring Me This Morning

D1. A Nun Suit Painted On Some Old Boxes
D2. Magic Fingers
D3. Motorhead's Midnight Ranch
D4. Dew On The Newts We Got
D5. The Lad Searches The Night For His Newts
D6. The Girl Wants To Fix Him Some Broth
D7. The Girl's Dream
D8. Little Green Scratchy Sweaters & Courduroy Ponce
D9. Strictly Genteel (The Finale)

1997 cd-versie
disc 1
  1. Semi-Fraudulent/Direct-From-Hollywood Overture
  2. Mystery Roach
  3. Dance of the Rock & Roll Interviewers
  4. This Town Is a Sealed Tuna Sandwich (Prologue)
  5. Tuna Fish Promenade
  6. Dance of the Just Plain Folks
  7. This Town Is a Sealed Tuna Sandwich (Reprise)
  8. The Sealed Tuna Bolero
  9. Lonesome Cowboy Burt
10. Touring Can Make You Crazy
11. Would You Like a Snack?
12. Redneck Eats
13. Centerville
14. She Painted up Her Face
15. Janet's Big Dance Number
16. Half a Dozen Provocative Squats
17. Mysterioso
18. Shove It Right In
19. Lucy's Seduction of a Bored Violinist & Postlude

disc 2
  1. I'm Stealing the Towels
  2. Dental Hygiene Dilemma
  3. Does This Kind of Life Look Interesting to You?
  4. Daddy, Daddy, Daddy
  5. Penis Dimension
  6. What Will This Evening Bring Me This Morning
  7. A Nun Suit Painted on Some Old Boxes
  8. Magic Fingers
  9. Motorhead's Midnight Ranch
10. Dew on the Newts We Got
11. The Lad Searches the Night for His Newts
12. The Girl Wants to Fix Him Some Broth
13. The Girl's Dream
14. Little Green Scratchy Sweaters & Corduroy Ponce
15. Strictly Genteel (The Finale)

extra's op disc twee
16. Coming Soon! [Cut 1]
17. The Wide Screen [Cut 2]
18. Coming Soon! [Cut 3]
19. Frank Zappa's 200 Motels [Cut 4]
20. Magic Fingers [Single Edit]
21. ENHANCED TRACK: Original Theatrical Trailer

track 21 is te zien als je de disc laadt in een pc

------------------------------------------------------------
Frank Zappa: bass, guitar, producer, orchestration
Ian Underwood: keyboards, woodwinds
Ruth Underwood: percussion, orchestra drum set
George Duke: trombone, keyboards
Aynsley Dunbar: drums
Howard Kaylan: vocals
Mark Volman: vocals, photography
Jim Pons: voice (Bad Conscience), some bass
Martin Lickert: some bass
Jimmy Carl Black: vocal on Lonesome Cowboy Burt
with
Theodore Bikel: narrator
Royal Philharmonic Orchestra conducted by Elgar Howarth
The Top Score Singers conducted by David Van Asch
Phyllis Bryn-Julson: soprano
Classical Guitar Ensemble supervised by John Williams

------------------------------------------------------------
"This music is not in the same order as in the movie. Some of this music is in the movie. Some of this music is not in the movie. Some of the music that's in the movie is not on the album. Some of the music that was written for the movie is not in the movie or the album. All of this music was written for the movie, over a period of 4 years. Most of it (60%) was written in motels while touring. The rest of it was either done at home or in our rented flat in London, just prior to shooting. The Overture is a cosmeticized version of one of the theme from 'A Holiday in Berlin, Full Blown' and 'Would You Like A Snack?' is a vocal version of the same theme. Some of the situations described in the song texts are real. Some of them are not so real. You decide."
------------------------------------------------------------


poster bij de eerste lp-oplage 1971

















boekje bij de eerste lp-oplage 1971


the good conscience


l-r: Lickert - Dunbar - Duke - FZ



------------------------------------------------------------





1997 Ryko promo 2cd - zelfde inhoud als de échte cd-versie, maar andere verpakking en wervende tekst





1997 Ryko promo 1cd met 7 tracks:
1 Semi-Fraudulent/ Direct from Hollywood Overture
2 Daddy, Daddy, Daddy
3 Mystery Roach
4 Magic Fingers
5 Lonesome Cowboy Burt
6 Penis Dimension
99 Half a Dozen Provocative Squats (verborgen track)


MGM promo foto 1971


Chunga’s Revenge kondigde het al aan, 200 Motels komt eraan. Wie, wat, hoe, dat wist niemand, behalve Zappa zelf, maar ook hij werd door de omvang van het uiteindelijke project overvallen. Want niet alle opnamen zitten in de film en niet alle muziek op de cd. De uiteindelijke vinyl-versie uit 1971 is anders dan hij zelf gedacht had en de film werd overladen met kritiek. Een mislukt project? Integendeel. Ik zie het nog steeds als Zappa’s derde meesterwerk. De eerste proeve van zijn kunnen was Lumpy Gravy, gevolgd door nummer twee: Uncle Meat. 200 Motels geeft de klassieke componist in Zappa ruim baan.

Kort na het wegens geldgebrek 'mislukken' van de Uncle Meat-film, kreeg Zappa het plan voor 200 Motels, in eerste instantie een muziekstuk over een 'band on the road'. Elke keer weer een andere plaats, een ander motel, persmensen, groupies en fans.

In beginsel was 200 Motels een ongeveer twee-en-een-half uur durend klassiek werk, onderverdeeld in 'Four Movements'. De inhoudelijke, instrumentale muziek was enerzijds gebaseerd op allerlei 'goedkope' en typische filmthema's, iets wat we ook al herkennen van Uncle Meat en anderzijds uit een bundeling oud en nieuw klassiek werk van Zappa. Zo is de Semi Fraudulent/Direct-from-Hollywood-Overture geheel in Zappa's conceptuele stijl al een regelrechte verwijzing naar eerdere Zappa-filmmuziek: The World's Greatest Sinner (1961). Daar zijn talrijke themaatjes te vinden die in 200 Motels opduiken. Ook uit die film komt een fragment dat het thema vormt voor 'Holiday in Berlin Full Blown'. Dat horen we inderdaad volopgeblazen op Burnt Weenie Sandwich. Datzelfde thema wordt als openingsthema voor 200 Motels gebruikt. Achteraf bleek dat de fans in Engeland dat al in 1968 gehoord hadden tijdens Zappa's concert in The Royal Festival Hall. Het bewijs staat op Ahead of Their Time en wordt gezongen door Roy Estrada. In 200 Motels komt bij Zappa van alles bovendrijven uit zijn verleden, maar in de periode voor 200 Motels schrijft hij als een bezetene, in vliegtuigen, on the road en in hotelkamers.

Door een toevallige ontmoeting met klassiek dirigent Zubin Mehta (beiden waren tegelijkertijd aanwezig voor een radio-interview), wist Zappa Mehta te interesseren voor zijn 200 Motels-project en vroeg hem zijn werk te dirigeren. Op 15 mei 1970 (moederdag) was de première: Zubin Mehta dirigeerde The Los Angeles Philharmonic en Zappa deed dat met de jongste versie van The Mothers. Alleen was dat geen echte band, maar voor de gelegenheid samengesteld. On stage waren: Ian Underwood, Jeff Simmons, Aynsley Dunbar, Don Preston, Jim Sherwood, Ray Collins en Billy Mundi. Deze laatste was er op het laatste moment bijgehaald om Art Tripp te vervangen, die kort voor dit belangrijke evenement was overgestapt naar de band van Captain Beefheart.

Het concert was vooral voor de eigenaren van het basketbalstadion (Pauley Pavilion) een succes; het was uitverkocht. Verder waren de reacties gemengd. 200 Motels begon niet tot ieder orkestlid ‘s tevredenheid met Zappa's inmiddels legendarische woorden: "Hit it, Zubin". Zappa was ook niet helemaal tevreden, omdat Zubin het tweede ‘Movement’ zonder nadere aankondiging had weggelaten, omdat een sopraanzangeres "Munchkins get me hot" moest zingen. De clash van twee werelden zullen we maar zeggen.

Een positievere reactie kwam uit de zaal; daar zaten de net ex-Turtles Howard Kaylan en Mark Volman die het concert zo geweldig vonden dat ze Zappa vroegen of ze bij hem in de band konden komen. Om contractuele redenen van beide heren kon dat op dat moment niet, dat is ook waarom ze op Chunga's Revenge onder de schuilnamen The Phlorescent Leech & Eddie opereren.

Met de beschikbaarheid over de zeer ruime vocale capaciteiten van beide nieuwe zangers maakt Zappa een bewerking van 200 Motels tot een stuk van ongeveer veertig minuten. Eind 1970 zijn er in the Fillmore's East en West optredens van een nieuwe versie van the Mothers, met daarin Mark Volman, Howard Kaylan, Jeff Simmons, George Duke, Aynsley Dunbar en Ian Underwood. Die band speelt oud, maar vooral nieuw werk, gericht op 200 Motels. Bij een van die concerten treedt een bijzondere gast op: Joni Mitchell. Dat leidt tot dubbele verbazing van het publiek: niet alleen het feit dat de brave Joni (tijdsbeeld van toen) met de freakerige Mothers speelt, maar ook dat ze een gedicht voordraagt dat begint met "Penelope wants to fuck the sea.".

Begin 1971 deelt Zappa de pers mee dat hij inderdaad een film gaat maken met als titel 200 Motels. Daarin speelt Donovan 'goede geweten' en Ginger Baker, de ex-Cream drummer, als het 'slechte geweten'. Nadat het contract met United Artists rond is verhuist de hele band, inclusief Gail en wat groupies tijdelijk naar Londen. In The Pinewood Film Studios wordt de film opgenomen, dat was goedkoper dan in Zappa’s achtertuin, Hollywood. Om nog meer kosten te sparen werd een revolutionair procedé gehanteerd. Eerst werd alles opgenomen op 8mm video en daarna 'opgeblazen' tot de 35mm standaard van de speelfilm. Het geluid wordt parallel aan de opnamen opgenomen met hulp van The Rolling Stones Mobile.

Tijdens de opnamen blijkt al snel dat niet Donovan (er wordt in de tekst nog wel naar verwezen: "It is just as if Donovan ...") of Ginger Baker in de film spelen, maar sterren als ex-Beatle Ringo Starr, Who-drummer Keith Moon, zanger/filmster Theodore Bikel, groepies Lucy Offeral, Pamela Miller en Janet Ferguson, Jim Sherwood, Jim Black en Dick Barber. The Mothers spelen in al hun amateuristische onschuld vooral zichzelf.

De bezetting van The Mothers heeft inmiddels opnieuw een wijziging ondergaan. Kort voor de filmopnamen stapte Jeff Simmons uit de groep én dus de film, omdat hij niet langer 'comedy-music' wilde maken, maar 'echte' muziek. In de film wordt geroepen dat hij heavy wilde spelen als Grand Funk Railroad of Black Sabbath. Een andere versie van het verhaal is dat hij een rol kreeg die zijn karakter zo openlijk liet zien, dat hij die 'rol' niet meer durfde/wilde spelen. Op korte termijn een vervanger vinden lukte niet. Even werd gedacht aan Wilfrid Brambell, de oude heer bekend uit de films van The Beatles, maar dat bleek niet te werken. Zappa besloot toen de eerste de beste die de studio inliep de rol te geven. Dat was Martin Lickert, Ringo Starr’s chauffeur. Hij kon zelfs een beetje bas spelen. Na de film werd Lickert vervangen door Jim Pons, oud bassist van the Turtles. Dit weer tot ontevredenheid van Ian Underwood die helemaal nerveus werd van zijn onduidelijk en zenuwachtig basspel! Dat het opstappen van Simmons iedereen dwars zat blijkt niet alleen uit de film; het hot item werd meteen in de film gebruikt, maar ook op de binnenhoes van de lp, waar hij 'bedankt' wordt door alle bandleden. Het gerommel met de bassisten zorgde ervoor dat Zappa alle baspartijen uiteindelijk zelf inspeelde.

De filmrollen veranderen continu. Het goede en slechte geweten van Jeff (Simmons) zou vertolkt worden door leden van The Who. Pete Townshend zou het goede geweten zijn, maar daarbij vermomd worden als Donovan. Uiteindelijk gaat die rol naar Mark Volman, die de rol niet speelt maar inspreekt als Billy the Mountain. Keith Moon zou de rol van het slechte geweten spelen, waarbij hij vermomd was als Ginger Baker. Echter Keith Moon werd een hot-nun en zijn slechte-geweten-tekst werd later ingesproken door Jim Pons, die de rol van Studebacher Hoch speelt. Kunt u het nog volgen? De hete non zou eigenlijk gespeeld worden door Pamela Miller, Miss Pamela, een van The G.T.O.’s, samen met Mick Jagger. Maar uiteindelijk speelde Moon de hele rol en werd Pamela de rock’n roll interviewer. Die laatste rol was eigenlijk weer bedoeld voor Phyllis Bryn-Julson, de sopraanzangeres. Tot slot zou Jeff Beck meedoen als een nep-Lucy. Miss Lucy is ook een van de G.T.O.’s. Uiteindelijk speelt zij zichzelf en speelt Motorhead de nep-Lucy. Je zou er duizelig van worden.

Voor de muziek zijn ingehuurd The Royal Philharmonic Orchestra die gedirigeerd wordt door Elgar Howarth. Daarnaast The Top Score Singers onder leiding van David van Asch, The Classical Guitar Ensemble onder leiding van de bekende klassieke gitarist John Williams én Ruth Underwood voor de 'orchestral drum-set' en aanvullend percussiewerk.

Regisseur Tony Palmer trekt alle op dat moment bekende filmtechnieken uit de kast. Het geeft de film een enorm surrealistisch effect. Aan de ene kant past dat perfect bij Zappa’s muziek en de andere kant vertroebelt dat het verhaal in de film. Maar misschien was het ook bittere noodzaak, want de verhaallijn bleek flinterdun en Zappa kon niet altijd duidelijk maken wat hij precies wilde. Opnieuw een clash van twee totaal verschillende werelden. Bovendien moest hij alle ballen in de lucht houden; een helse taak.

Voor de financiering zorgde Zappa zelf. Hij verkocht de muziekrechten aan MGM, plande twee concerten in Royal Albert Hall en dacht met platenverkopen en filmvoorstellingen wel uit te komen. Hij had niet gerekend op een bestuurslid van The Royal Albert Hall. Zappa verliet Engeland zonder de al uitverkochte concerten en met een rechtszaak in het verschiet. Die was door hem aangespannen tegen the Royal Albert Hall, omdat hij op het allerlaatste moment hoorde, de mensen stonden al voor de deur, dat een 200 Motels-promotie-concert niet door kon gaan, omdat de songteksten te obsceen waren. Het verhaal gaat dat de eigenares of bestuurslid, een oude, conservatieve vrouw, vond dat er een aantal woorden zoals 'brassiere' (bh) niet kon. "So you know where she's at!", aldus een zeer verontwaardigde Zappa. Het verloop van vermoedelijk Engeland's meest komische rechtszaak is uitgebreid beschreven in the Real Frank Zappa Book.

Terug in The States werkte Zappa van april tot en met mei 1971 in Whitney Studios, Glendale aan de overdubs voor de lp 200 Motels: "United Artists gets the soundtrack album and they said that no matter how much music there is in the film, they'll put it out, even if it's four records." (FZ-1971)

In oktober 1971 komen zowel film als een dubbel-lp uit. En - het moet gezegd - bij de allereerste lp-versie, uitgegeven door United Artists Records en in Nederland via Bovema/EMI, kon het inderdaad niet op: een dubbel-lp met grote kleurenposter en een 16 pagina's tellend boekwerk in kleur op lp-formaat. Later heb ik de lp's nog wel eens gezien in een enkele hoes, niet eens een klaphoes!

De binnenhoes geeft wat onrust, want niet alle muziek staat op de platen en er was wel meer anders. Bij de montage zijn er stukken uit de film geknipt, is soms de volgorde veranderd en klopte de soundtrack dus niet meer, maar die was al klaar.

"Within the scope of the budget that we were given, I'd say I got maybe 40-50% of what I wanted to get out of it. You just have to kiss the rest of it good-bye because there's not enough time or money to do it perfect." (Zappa-1972)

De film wordt ondanks alle gebeurtenissen eromheen gemengd ontvangen. Niet iedereen is enthousiast, niet iedereen begrijpt Zappa's surrealistische on the road-verhaal, of de overwegend moderne klassieke muziek in de film. Soms lijkt het zelfs een film die alleen voor the Mothers gemaakt is. Zappa heeft meermalen gezegd dat je de film niet kunt beoordelen na één keer kijken en/of luisteren. Hoe vaker je kijkt en hoe meer je van FZ weet, hoe boeiender de film wordt. Daarnaast bemerk ik de laatste jaren dat de film in de filmwereld meer en beter gewaardeerd wordt dan in 1971. Er zijn zelfs critici die vinden dat "200 Motels wel eens dé 'pop-film' zou kunnen zijn die het meest juiste beeld van een bepaalde periode weergeeft". Ook hier zal de tijd/geschiedenis het leren.

Op de dubbel-lp wordt al net zo verschillend gereageerd. De fans die de voorbereidingen gevolgd hebben vinden het prachtig, maar er zijn er ook die het gebrek aan 'rock' niet begrijpen of niet willen accepteren. Veel mensen haken af omdat van de vierendertig titels er maar zes rock of popnummers zijn. Misschien wel begrijpelijk. De film gaat immers over een rockband op tournee en toch is er nauwelijks pure rock te horen. Er is zelfs geen echt concert, ja een klein stukje, in de film. Het enige echte rocknummer is Magic Fingers mét de enige gitaarsolo en wat voor een!. Het andere rockachtige nummers is Daddy, Daddy, Daddy. Het tweede deel van Strictly Genteel swingt behoorlijk. In geen van deze categorieën valt Lonesome Cowboy Burt, een soort Country & Western parodie die later regelmatig nog zal opduiken. De film die gaat over een rockband op tournee wordt bijna geheel wordt begeleid door Zappa's versie van twintigste eeuwse klassieke muziek, met tal van verwijzingen naar Ives, Varèse, Strawinsky, Webern, Schönberg, Ligeti en Antheil. Pittige kost dus en als je niet in die materie thuis bent is de soundtrack zware kost.

Veel critici vonden dat de muziek zonder filmbeelden te lang duurde of misten muziek uit de film. Als je echter én de lp én de film/video kent blijkt dat de lp zeer coherent aandoet. Ik heb het lang alleen met de lp moeten doen. Toen ik de lp in '71 kocht was ik te jong voor de bioscoop; 200 Motels was voor boven de 18 jaar (blote dames immers) en toen ik de magische leeftijd bereikt dat ik wel mocht kijken draaide de film natuurlijk niet meer. Video bestond nog niet. Nadat ik (veel) later de film enkele malen gezien/gehoord had tijdens Zappadagen, kon ik de twee producten (film versus muziek) los van elkaar zien. Het leek erop dat de componist Zappa blijkbaar gekozen had voor een muziekstuk dat, ondanks het genereuze aanbod van United Artists, ook zonder beelden te beluisteren was. Ik schrijf bewust componist, omdat je uit voorgaande kunt concluderen dat Zappa, ondanks alle drukte rondom de film, blijkbaar toch de prioriteit legt bij de muziek en ten tweede omdat de filmscore bijna volledig bestaat uit (semi-) klassieke muziek. Daarbij moet je in het achterhoofd houden dat Zappa ooit op tournee is gegaan met een rockband om klassieke muziek te kunnen maken. Dat hij de kans krijgt om iets als 200 Motels te maken moet voor hem dus veel betekend hebben; dat is zijn realiteit: rockband 'voedt' klassiek!

Als je de moeite neemt vaker naar de muziek te luisteren is het een van Zappa's mooiste klassieke werken. 200 Motels bevat tal van lagen waarin steeds opnieuw muzikale ontdekkingen kunnen plaatsvinden.
Dat Zappa de muziek van 200 Motels heel serieus neemt blijkt ook uit de diverse bewerkingen die hij ervan maakt ná de film. Zo is de meeste muziek, zonder zang en diverse interrupties zelfs tweemaal uitgebracht als Bogus Pomp, zowel op Orchestral Favorites en onder leiding van Kent Nagano op LSO I-II. Hetzelfde geldt voor Strictly Genteel. Dat laatste stuk is regelmatig afsluiter van concerten (de finale) en van cd's; o.a. YCDTOSA 6 (de laatste uit de serie) en Make A Jazz Noise Here (de laatste live-band). Slechts incidenteel zijn er stukken uit 200 Motels live door Zappa's rockbands gespeeld; de eerder genoemde Strictly Genteel is er een van; Magic Fingers is nog eens te horen op YCDTOSA-6, maar daar blijft het bij en regelmatig komt de eenzame cowboy in allerlei gedaanten nog wel eens langs galopperen.

Na Lumpy Gravy en Uncle Meat zou je 200 Motels kunnen zien als Zappa’s derde belangrijke werk. Het is in zekere zin een samenvatting is van zijn klassieke periode die loopt van 1961 tot 1971 én vervolgens zijn vertrekpunt is voor het verder ontwikkelen van zijn klassieke taal. De volgende markante, klassieke punten worden weliswaar pas veel later bereikt: 1983/1987 - LSO I-II en The Perfect Stranger in 1984, die op hun beurt pas weer gevolgd worden door the Yellow Shark in 1993. Na 1971 heeft Zappa tijd gehad om zijn klassieke taal te laten groeien. In deze zin is de release van 200 Motels onmisbaar. Pas anno 1996 begint er meer waardering te komen voor de klassieke kant.

200 Motels is ook op een ander niveau belangrijk, het is de eerste release waarin alle bandleden; "anybody who was ever in the Mothers' bedankt worden. Dat gebeurt pas weer bij de YCDTOSA-serie en ook, niet vooral genoemd maar door de opzet heel duidelijk, bij the Lost Episodes. Net als Uncle Meat 'druipt' 200 Motels ook van de autobiografische opmerkingen en citaten, het is dus niet verwonderlijk dat de bandleden, die daarvoor het meeste materiaal aangedragen hebben, bedankt worden.

De luxe-versie van de dubbel-lp werd al snel vervangen door een minder luxe, geen poster, geen boekje. Daarna verdween de klaphoes ook nog en vervolgens de hele plaat. MGM had weinig behoefte er veel moeite voor te doen, het was geen succesvolproject geweest immers. In het cd-tijdperk werd de roep om een legale 200 Motels steeds luider. Maar Zappa had zelf de rechten niet; hij wilde wel, maar kon en mocht niet.

Halverwege de jaren negentig (vorige eeuw) werd Zappa’s hele catalogus door Rykodisc opnieuw uitgebracht op cd. Prachtig gedaan, beter geluid vaak, mooiere uitvoeringen. De serie was bijna compleet, alleen die vervloekte 200 Motels weer er niet bij. Achter de schermen was Ryko echter heel druk juist dat te regelen. Ze sloten een deal met MGM om een reeks filmscores onder de noemer ‘Original Motion Music Picture Soundtrack’ uit te brengen. De belangrijkste reden was 200 Motels, de rest was onderdeel van het pakket. De deal veroorzaakte bijna Ryko’s faillissement. Maar ze brachten wel mooi de cd op de markt.

Ik schreef toen dit:
Na 26 jaar(!) touwtrekken, emmeren en advocaten heb ik in mijn eigen handen de dubbel-CD 200 Motels met boek en poster(tje). Dat ik het nog heb mogen meemaken. Dagenlang nerveus als voor een examen en plotseling kwam daar het bevrijdend telefoontje: Hij (met hoofdletter) is er! Wahargh! (of woorden van gelijke strekking ontvlieden mij op dat moment). Ik racete naar de dealer en was blij. Het moet gezegd: het is een schitterend product geworden, dat staat als een Motel boven water.
De muziek is behoorlijk opgevijzeld, ontruist en met transparante klangfarben bewerkt. Bij mij thuis klinken de Motels als nooit te voren en ik hoor heel wat dingen die ik nog niet eerder gehoord heb. En dat wil wat zeggen, omdat 200 Motels een van mijn favorieten is en de lp's zowat wit gedraaid zijn. De volgorde is, zoals gezegd, gelijk aan de oude lp. Aan het eind van CD-2 krijgen we als bonus vier reclameboodschappen en een Magic Fingers single-versie. Erg leuk en heel aardig voor erbij. Compliment voor de CD-rom/enhanced track met daarop de 'trailer', zeg maar het bioscoop reclamefilmpje voor 200 Motels. Prachtig, prachtig, je zou de videotape zo weer opzetten, maar ja, het geluid daarvan is nu zo slecht...
Het bijbehorend boekje, 56 pagina’s!, is gewoon áf. Al het originele artwork, ook dat uit het boek bij de lp, is natuurlijk verkleind maar in totaliteit present, met daarnaast nog tal van extra foto's, een prima uitgebreide versie van de strip Dental Hygiene Dilemma, een zeer uitgebreide terugblik op het ontstaan van 200 Motels door Patrick Pending en zijn versie volgens het filmscript.
Er zijn wat, kleine, minpunten. De zijkant past niet helemaal precies in de Ryko-vormgeving en waarom nou in godsnaam de barcode nou net op de clou van de strip moet staan is mij een ondoorgrondelijk raadsel. De poster erbij is fijn, maar waarom Lucy's censuurbalkje vergroot is tot cup CD? De preutsheid neemt met de jaren toe. Leuke foto op de achterkant overigens, maar Jim Pons kwam niet als muzikant voor in 200 Motels. Kijk in dit kader ook eens op de achterzijde van de CD Just Another Band from L.A... Ja?)
Het eindresultaat mag met gepaste trots in de rij gezet worden en voorlopig kunnen we lui achterover leunen en de hele collectie (tot 1997) aanschouwen.
Na de concerten in Carré, Amsterdam (2000) waar onder het toeziend oog en oor van Gail de 200 Motels suites uitgevoerd werden, had iedereen verwacht dat die opnamen op cd zouden verschijnen. Gail ook, want dat meldde ze op de toenmalige zappa.com site. Maar het liep anders, onenigheid, onduidelijkheid, miscommunicatie en misschien wel een, rechtskwestie erbij.

De verwachting van een nieuwe 200 Motels bleven tot in ieder geval 2012; het jaar dat de hele Zappa-catalogus opnieuw uitgebracht werd. Doorgaans met authentiek geluid, meer bits en transparanter geluid. Maar ja… die authentieke 200 Motels, daar had de ZFT de rechten niet van. Opnieuw ontbrak dit belangrijke werk in de reeks. Maar ditmaal werd het probleem anders opgelost. Gail regelde een concert in Disney Concert Hall in 2013. Daar werden de 200 Motels suites gespeeld door het Los Angeles Philharmonic onder leiding van Esa-Pekka Salonen en de Los Angeles Master Chorale. In de band on stage een speciale verrassing in de vorm van super guest star Ian Underwood. Dit concert kwam natuurlijk wel op cd als 200 Motels – the Suites (zie daar voor bespreking). Heel andere motellen, dat wel, maar por dios, wat een geluid. Met deze versie hebben we nu 2x200 Motels. Dat zijn er uiteindelijk geen 400, maar anderhalf. Geen prijs voor de oplosser van dit cryptisch zinnetje.

Wil je de oude 200 Motels dan wordt het speuren op het internet en twee hands sites. Wil je een andere versie dan voldoen The Suites. Zoals altijd, suit yourself! 
dutch text 1996 / 1997 / 2008 /2010 / 2018 Paul Lemmens © pics etc. ZFT